Uitspraak
5.Het vervolg van de procedure in hoger beroep
- de door [appellant] genomen memorie van grieven in principaal hoger beroep, tevens houdende wijziging van eis, met vijf producties (genummerd 2 tot en met 6);
- de door Arag genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de door [appellant] genomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
6.De beoordeling
- [appellant] is in juli 2002 in dienst getreden van de gemeente Weert (hierna: de gemeente). [appellant] is laatstelijk voor de gemeente werkzaam geweest binnen de afdeling Onderhoud Openbare Ruimte (hierna: OOR).
- [appellant] heeft een rechtsbijstandsverzekering afgesloten bij Arag.
- Als productie 38 bij de conclusie van repliek is het personeelsdossier van [appellant] bij de gemeente in het geding gebracht. In dat personeelsdossier bevindt zich een kopie van een brief van de gemeente aan [appellant] van 30 mei 2006, waarin onder meer het volgende staat.
- Bij primair besluit van 5 januari 2010 heeft het college van B&W van de gemeente besloten de onregelmatigheidstoeslag van [appellant] af te bouwen. Mr. [juriste bij Arag] (juriste bij Arag) heeft namens [appellant] een bezwaarschrift van 14 januari 2010 ingediend tegen dit besluit.
- Bij e-mail van 6 januari 2010 heeft [appellant] aan Arag onder meer het volgende meegedeeld:
- Bij primair besluit van 30 juli 2010 heeft het college van B&W besloten dat [appellant] uit zijn functie wordt geplaatst en niet in zijn functie kan terugkeren. Mr. [juriste bij Arag] heeft namens [appellant] een bezwaarschrift van 9 september 2010 ingediend tegen dit besluit.
- Bij primair besluit van 10 maart 2011 heeft het college van B&W aan [appellant] met ingang van 15 maart 2011 eervol ontslag verleend met toepassing van artikel 8:8 CAR Pro/UWO. Mr. [juriste bij Arag] heeft namens [appellant] een bezwaarschrift van 15 april 2011 ingediend tegen dit besluit.
- Bij beslissing op bezwaar van 11 januari 2012 heeft het college van B&W de bezwaarschriften tegen de primaire besluiten van 5 januari 2010, 30 juli 2010 en 10 maart 2011 ongegrond verklaard.
- Bij e-mail van 14 februari 2012 heeft een medewerker van het klachtenbureau van Arag het volgende meegedeeld aan [appellant] :
- Van de zijde van Arag is namens [appellant] tegen de beslissing op bezwaar van 11 januari 2012 een beroepschrift ingediend bij de Sector Bestuursrecht van de rechtbank Roermond. De rechtbank heeft dat beroep bij uitspraak van 14 mei 2012 (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald en omdat binnen de daarvoor gegeven termijn de gronden van het beroep niet zijn ingediend.
- Bij brief van 4 oktober 2012 heeft de advocaat van [appellant] Arag aansprakelijk gesteld voor de schade die [appellant] lijdt als gevolg van – voor zover thans van belang – het niet tijdig indienen van de gronden voor het beroep bij de Sector Bestuursrecht van de rechtbank en voor het niet tijdig betalen van het griffierecht.
- 1. dat Arag toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en meer specifiek tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht die uit de overeenkomst is voortgevloeid;
- 2. dat Arag aansprakelijk is voor de schade die [appellant] heeft geleden ten gevolge van de door [juriste bij Arag] en/of [jurist bij Arag] gepleegde toerekenbare onrechtmatige daad jegens [appellant] ;
- 3. dat de schade die [appellant] als gevolg van de jegens hem door Arag gepleegde wanprestatie en/of onrechtmatige daad heeft geleden, wordt becijferd € 213.817,65 exclusief de verschuldigde wettelijke rente;
- a. € 68.242,43 ter zake verlies onregelmatigheidstoeslag;
- b. € 81.907,75 ter zake minder loon;
- c. € 52.867,70 ter zake verlies afdracht pensioenpremies;
- d. € 4.726,28 ter zake verlies collectieve ziektekostenverzekering (IZA).
- € 207.744,16 ter zake de voormelde inkomensschade;
- € 3.780,-- ter zake drie door de gemeente verbeurde maar niet geïnde dwangsommen voor het niet tijdig beslissen op de bezwaarschriften;
- € 3.239,78 ter zake redelijke kosten ter vaststelling schade en aansprakelijkheid;
- € 2.813,72 ter zake buitengerechtelijke kosten.
- /- € 3.760,-- (aftrekpost) ter zake een door de gemeente aan [appellant] voldaan bedrag ter compensatie voor de niet door Arag bij de gemeente geïncasseerde dwangsommen.
- Arag erkent dat zij aansprakelijk is voor de schade die [appellant] heeft geleden doordat Arag in de beroepsprocedure tegen het besluit op bezwaar van 11 januari 2012 de beroepsgronden niet tijdig heeft ingediend en het griffierecht niet tijdig heeft betaald (rov. 4.2).
- Arag heeft onvoldoende onderbouwd dat vernietiging van het besluit op bezwaar van 11 januari 2012 (hof: door een kennelijke verschrijving maakt de rechtbank hier melding van een besluit van 12 augustus 2012), voor zover dat betrekking heeft op het ontslagbesluit, niet vernietigd zou zijn indien het beroep tegen het besluit op bezwaar inhoudelijk zou zijn behandeld. Voor de beide andere onderdelen van het besluit op bezwaar, te weten de afbouw van de onregelmatigheidtoeslag en de uitfunctieplaatsing, heeft [appellant] onvoldoende onderbouwd dat het besluit zou zijn vernietigd indien het beroep inhoudelijk zou zijn behandeld (rov. 4.3.3).
- De gevolgen van het ontslagbesluit vinden dus hun oorzaak in een beroepsfout van Arag. De gevorderde verklaringen voor recht moeten dus worden gegeven voor zover de daarop betrekking hebbende vorderingen hun grondslag vinden in het ontslagbesluit (rov. 4.3.5).
- De door [appellant] gestelde schadepost ter zake het verlies van onregelmatigheidstoeslag is niet toewijsbaar (rov. 4.4.1, eerste deel).
- De door [appellant] gestelde schadepost ter zake verlies collectieve ziektekostenverzekering is niet toewijsbaar (rov. 4.4.1, tweede deel).
- Bij de bepaling van de hoogte van de schadeposten minder loon en verlies afdracht pensioenpremies is van belang welke periode daarbij als uitgangspunt wordt gehanteerd. Er is geen aanleiding om [appellant] te volgen in zijn stelling dat hij zonder het ontslag tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bij de gemeente in dienst zou zijn gebleven (rov. 4.4.2.).
- [appellant] dient zich bij akte uit te laten over de volgens hem wel in acht te nemen periode en op de in die periode te lijden schade (rov. 4.4.3).
- Er is geen aanleiding om de beslissing uit het tussenvonnis van 16 maart 2016 over de onrechtmatigheidstoeslag te herzien (rov. 2.1.1).
- Hoe lang [appellant] bij de gemeente in dienst zou zijn gebleven als het ontslagbesluit van 15 maart 2011 zou zijn vernietigd, moet worden geschat op basis van een afweging van de goede en kwade kansen. Het is reëel om ervan uit te gaan dat [appellant] , als het ontslagbesluit zou zijn vernietigd, op 1 juli 2015 zou zijn ontslagen vanwege de reorganisatie van de ambtelijke organisatie van de gemeente. De schade moet dus berekend worden over de periode van 15 maart 2011 tot 1 juli 2015 (rov. 2.3).
- De schade ter zake minder loon moet berekend worden op basis van het verschil tussen het netto loon dat [appellant] over de genoemde periode zou hebben ontvangen bij de gemeente en het netto-bedrag aan WW-uitkering en het netto-loon dat hij in de genoemde periode daadwerkelijk heeft ontvangen. [appellant] moet een netto-berekening hiervan overleggen (rov. 2.4).
- De schade ter zake verlies afdracht pensioenpremies moet netto berekend worden op basis van het verschil tussen de pensioenaanspraken die [appellant] in de genoemde periode zou hebben opgebouwd bij het pensioenfonds van de gemeente en de pensioenaanspraken die hij in de genoemde periode daadwerkelijk heeft opgebouwd. [appellant] moet een netto berekening hiervan overleggen (rov. 2.4.1).
- Hetgeen [appellant] in zijn akte na tussenvonnis heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding om terug te komen van de in het tussenvonnis van 23 november 2016 neergelegde beslissing over de bij de berekening van de schade in aanmerking te nemen periode (rov. 2.2 tot en met 2.2.2).
- [appellant] heeft de gevraagde berekening over de genoemde periode niet verschaft. De rechtbank ziet geen aanleiding om [appellant] daartoe nog een gelegenheid te geven (rov. 2.3).
- De rechtbank zal daarom aansluiting zoeken bij de door Arag verschafte berekening (rov. 2.4).
- Voor wat betreft de schadepost minder loon zal de rechtbank het door Arag berekende bedrag van € 11.554,-- toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de betaaldata van het loon dat [appellant] in de genoemde periode zou hebben ontvangen als hij toen nog in dienst van de gemeente zou zijn geweest (rov. 2.4.1).
- De schadepost verlies afdracht pensioenpremies wordt afgewezen, omdat van die schadepost geen berekening of onderbouwing over de genoemde periode is gegeven (rov. 2.4.2).
- voor recht verklaard dat Arag toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en meer specifiek tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht die uit de overeenkomst is voortgevloeid;
- voor recht verklaard dat Arag aansprakelijk is voor de schade die [appellant] heeft geleden ten gevolge van de door [juriste bij Arag] en/of [jurist bij Arag] gepleegde onrechtmatige daad jegens [appellant] en dat de schade € 11.554,-- exclusief wettelijke rente bedraagt;
- Arag veroordeeld om aan [appellant] € 11.554,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals nader omschreven in r.o. 2.4.1. van het vonnis;
- Arag veroordeeld in de proceskosten, inclusief nakosten en vermeerderd met wettelijke rente;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- A. een verklaring voor recht dat Arag toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de rechtsbijstandverzekeringsovereenkomst althans in de nakoming van de overeenkomst van opdracht die zij heeft gesloten met [appellant] , en dat Arag jegens [appellant] aansprakelijk is voor de daardoor geleden en te lijden schade;
- B. een verklaring voor recht dat Arag aansprakelijk is voor de schade die [appellant] heeft geleden ten gevolge van de door mr. [juriste bij Arag] en/of mr. [jurist bij Arag] gepleegde toerekenbare onrechtmatige daad jegens [appellant] ;
- C. een verklaring voor recht dat de schade van [appellant] als gevolg van de wanprestatie en/of onrechtmatige daad € 208.859,82 bruto bedraagt, exclusief de verschuldigde wettelijke rente;
- D. en G. veroordeling van Arag om aan [appellant] het netto equivalent van € 208.859,82 te betalen, verminderd met het reeds door Arag betaalde bedrag van € 13.599,20 netto en vermeerderd met wettelijke rente;
- E. veroordeling van Arag om aan [appellant] ter zake incassokosten € 2.813,72 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
- F. veroordeling van Arag om aan [appellant] ter zake kosten van vaststelling van schade en aansprakelijkheid € 3.239,78 inclusief btw te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
- primair: het alsnog afwijzen van de vorderingen van [appellant] , behoudens voor zover het betreft het bedrag van € 3.760,-- ter zake de dwangsommen die de gemeente aan [appellant] verschuldigd zou zijn geweest vanwege het te laat beslissen op de bezwaarschriften;
- subsidiair: het ongegrond verklaren van het principaal hoger beroep en het bekrachtigen van het vonnis van 5 april 2017;