Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2]
- de moeder, met begeleidster [begeleidster 1] van NEOS.
- het V8-formulier van de zijde van de vader d.d. 16 april 2019;
- het V6-formulier van de zijde van de vader d.d. 24 juni 2019 met de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juni 2019;
- de stelbrief van mr. Van de Laar van 2 juli 2019, per fax ingekomen op 2 juli 2019.
3.De beoordeling
- [minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] (Syrië);
- [minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] (Syrië);
- [minderjarige 3](hierna: [minderjarige 3] ), op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] (Syrië);
- [minderjarige 4] (hierna: [minderjarige 4] ), op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] (Libië);
- [minderjarige 5] (hierna: [minderjarige 5] ), op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .