ECLI:NL:GHSHE:2019:2690
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kinderalimentatiebeschikking na wijziging omstandigheden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake kinderalimentatie voor zijn minderjarige kind. De man betwist de vastgestelde behoefte van het kind en zijn draagkracht om de alimentatie te betalen.
Het hof stelt vast dat de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen niet langer op de man van toepassing is, wat een wijziging van omstandigheden betekent. De man betwist het netto gezinsinkomen van €3.000,- in 2010, dat de basis vormt voor de behoefte van het kind, maar heeft dit niet met verificerende gegevens onderbouwd. De vrouw heeft gesteld dat het inkomen van de man toen hoger was, wat het hof aannemelijk acht.
De man voert tevens aan dat zijn draagkracht onvoldoende is omdat hij als directeur van een vennootschap geen salaris kan opnemen en financiële problemen heeft. Het hof constateert dat de man zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd met bewijsstukken zoals jaarrekeningen of belastingaanslagen. De vrouw heeft dit gemotiveerd betwist.
Het hof concludeert dat de grieven van de man falen en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank waarin de man gehouden wordt tot betaling van €487,67 kinderalimentatie per maand met ingang van 4 september 2017.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en bevestigt de kinderalimentatie van €487,67 per maand.