Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 1 mei 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 25 juni 2018;
6.De beoordeling
- [de stichting] heeft aan [appellante] de woning aan [adres] te [plaats] verhuurd.
- [appellante] heeft een huurachterstand laten ontstaan.
- [appellante] heeft een executiegeschil aanhangig gemaakt waarin zij schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis heeft gevorderd. Deze vordering is afgewezen.
- [appellante] heeft de woning vervolgens op 14 april 2018 ontruimd en de sleutels toegezonden aan [de stichting] .
- ontbinding van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst;
- veroordeling van [appellante] tot ontruiming van de woning;
- veroordeling van [appellante] tot betaling van de inleidende dagvaarding genoemde bedragen aan huurachterstand, rente en buitengerechtelijke kosten;
- veroordeling van [appellante] tot betaling van de lopende huurtermijnen ten bedrage van € 625,96 per maand tot de datum van de ontbinding van de huurovereenkomst;
- veroordeling van [appellante] tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 625,96 per maand voor elke maand of gedeelte van een maand dat [appellante] vanaf de datum van de ontbinding van de woning in gebreke blijft met de ontruiming van de woning;
- Ten tijde van uit uitbrengen van de inleidende dagvaarding (14 september 217) bedroeg de huurachterstand € 3.783,26 (rov. 3.2).
- De huurachterstand over de periode tot 1 februari 2018 bedraagt € 5.035,18. De vordering ter zake huurachterstand is in zoverre toewijsbaar (rov. 3.4).
- Ook is toewijsbaar € 40,36 aan per 25 augustus 2017 (in het vonnis staat abusievelijk 2018) vervallen rente en € 609,03 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten. In totaal is dus € 5.684,57 toewijsbaar (rov. 3.4 slot, 3.5 en 3.6).
- Gelet op de hoogte van de huurachterstand zijn de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van het gehuurde toewijsbaar. Ook de vordering tot betaling van huur dan wel gebruiksvergoeding tot aan de datum van de ontruiming is toewijsbaar (rov. 3.7).
- de huurovereenkomst ontbonden;
- [appellante] veroordeeld om het gehuurde binnen vier weken na betekening van het vonnis te ontruimen;
- [appellante] veroordeeld om aan [de stichting] € 5.684,57 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over (het in rov. 3.2 van het vonnis genoemde bedrag van) € 4.409,22 vanaf 25 augustus 2017;
- [appellante] veroordeeld om aan [de stichting] € 625,96 te betalen voor elke maand of gedeelte van een maand dat [appellante] vanaf 1 februari 2018 het gehuurde niet heeft ontruimd;
- [appellante] in de proceskosten veroordeeld;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- nadrukkelijk betwist dat de gestelde betalingen van € 2.000,-- en € 1.560,-- door haar zijn ontvangen;
- gesteld dat ook de voorzieningenrechter tijdens het executiegeschil dat genoemd is in rov. 6.1.2 van dit arrest, niet heeft kunnen vaststellen dat de beweerdelijke overboekingen daadwerkelijk ten gunste van [de stichting] hebben plaatsgevonden;
- erop gewezen dat [appellante] geen printscreen (of ander bewijsstuk) van de gestelde betalingen heeft overgelegd, waarop het bankrekeningnummer van [de stichting] zichtbaar is.
- [de stichting] nadrukkelijk betwist dat de gestelde betalingen van € 2.000,-- en € 1.560,-- aan haar zijn gedaan;
- ook de voorzieningenrechter tijdens het executiegeschil niet heeft kunnen vaststellen dat de beweerdelijke overboekingen daadwerkelijk ten gunste van [de stichting] hebben plaatsgevonden;
- [appellante] geen printscreen (of ander bewijsstuk) van de gestelde betalingen heeft overgelegd waarop het rekeningnummer van [de stichting] zichtbaar is.