Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 9 oktober 2018 waarbij het hof een pleidooi heeft gelast;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de ter rolle van 9 januari 2019 door de gemeente overgelegde akte;
- de bij brief van 21 mei 2019 door de gemeente toegezonden machtiging.
6.De beoordeling
Bestemming::
heeft kennisgenomen van de verkoop bij inschrijving van[het pand]
- een exemplaar van de verkoopvoorwaarden te hebben ontvangen en met de inhoud daarvan volledig bekend te zijn en daarmee akkoord te gaan waar van toepassing;
- hierbij voorwaardelijk, en onder voorbehoud in te schrijven op voormelde onroerende zaak;
Naar aanleiding van de publicatie van de verkoop bij inschrijving van[het pand]
breng ik bij deze een uiterst bod uit van € 251.000,- kosten koper (…)
- Oplevering (eigendomsoverdracht) uiterlijk 31 december 2015
- Keuze notaris: aan koper.
- De onroerende zaak dient uiterlijk bij uiteindelijke eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen te bezitten die nodig zijn voor het gebruik als verblijf en horeca (B&B)
- Uit het taxatierapport wat in opdracht van de gemeente is gemaakt adviseer[t] de taxateur onder artikel 1. sub d om vóór verkoop een nader bouwkundig onderzoek te laten uitvoeren.
geen directe noodzakelijke voorzieningen groter dan € 3.000,-
Op achttien december tweeduizend veertien om ongeveer vijftien uur, heb ik, (…) mij bevonden ten gemeentehuize van de gemeente Roosendaal (…) waarbij ik
Zoals gisteren telefonisch aan uw zoon, de heer [zoon van appellant] al is bericht, heeft de gemeente besloten uw bod van € 251.000 te aanvaarden. Verder is afgesproken, dat u en uw zoon op 5 januari a.s. om 13.30u op het stadskantoor zullen verschijnen om nader te overleggen over de specifieke voorwaarden van deze transactie.”
een eerste concept van de koopovereenkomst” voor het pand, met de mededeling “
Graag verneem ik uw akkoord danwel uw op-/aanmerkingen op dit concept.”
Ik heb vandaag gesproken met mijn aankoop makelaar en het contract in een notendop overlopen. Wat haar opviel is dat niet alle voorwaarden die wij hebben gesteld met onze bieding worden vernoemd in de concept akte. Ook wij spraken hier eerder over met u.
gestelde opleveringsdatum van 31 december 2015 (waarbij de bestemming alsdan dient te zijn gewijzigd)” niet haalbaar zal zijn: “
In overleg met u zal een andere formulering dienen te worden gekozen”. Daarnaast werden over de andere voorwaarden van [appellant] nog enkele opmerkingen gemaakt.
In de voorlaatste alinea van uw brief verzoekt u ons tweeërlei. Ten eerste onze bereidheid om medewerking te verlenen aan een eigendomsoverdracht (..) voor 31 december 2015, daartoe zijn wij bereid. Ten tweede om medewerking te verlenen aan een algehele bestemmingsplanwijziging dan wel een bestemmingsplanwijziging middels een projectbesluit.
Indien wij van u wederom geen reactie ontvangen zullen wij aannemen, dat uw cliënt afziet van aankoop van gemeld pand en behouden wij ons het recht voor het pand aan een derde te verkopen en leveren.”
Deze woning is nog niet geleverd. Koper weigert tot dusverre om de koopovereenkomst ondertekenen. Daarnaast aanvaardt de koper niet dat het voor de door hem gedachte ontwikkeling op deze locatie noodzakelijk is dat er overeenstemming wordt bereikt met de eigenaar van [adres 2] en de mogelijke ontwikkelingen aldaar. De ontwikkelingen op [adres 1] en [adres 2] zijn echter onlosmakelijk met elkaar verbonden.(…)”
[adres 1] is in december 2014 conform de vastgestelde verkoopportefeuille openbaar verkocht onder de voorwaarde dat er een bestemmingsplanwijziging mogelijk is van wonen naar wonen met horecabestemming (..)
voor het gebruik als verblijf en horeca (B&B)”.
voor zijn rekening en risico” de benodigde vergunningen, ontheffingen e.d. zal aanvragen.
bed-en breakfast en daaraan gerelateerde horeca c.q. restaurant”.
niet alle voorwaarden die wij hebben gesteld met onze bieding worden vernoemd in de concept akte” en dat deze voorwaarden “
onderdeel[dienen]
te zijn van de akte”. Hierop zond de gemeente een aangepaste tekst, waarin kennelijk (het tweede concept is niet overgelegd, alleen de correspondentie hierover) nog niet alle voorwaarden, zoals die in de bieding van [appellant] stonden, waren opgenomen. Uit de begeleidende email blijkt verder dat de vereiste datum voor de bestemmingsplanwijziging – 31 december 2015 – niet gehaald zou worden.
Indien de wijziging van de bestemming wordt doorgevoerd middels een algehele bestemmingswijziging, zijn de kosten daarvan voor rekening van de gemeente. De kosten van een bestemmingswijziging middels een projectbesluit komen voor rekening van koper. Eventuele planschade als gevolg van de bestemmingswijziging is te allen tijde geheel voor rekening van koper.” [appellant] heeft dit niet betwist en is bij pleidooi nader op dit nieuwe artikellid ingegaan. Daarbij heeft [appellant] ook verklaard dat het vierde lid van artikel 4, zoals hierboven geciteerd, in het tweede concept hetzelfde is gebleven.
benodigde vergunningen, ontheffingen e.d.”. In de visie van [appellant] stelde de gemeente met het nieuwe lid 5 van artikel 4 “
ineens” (mvg nr 28) de eis dat de kosten van de bestemmingsplanwijziging voor [appellant] zouden zijn. [appellant] heeft het aanbod van de gemeente om het pand te kopen zonder dat het bestemmingsplan op 31 december 2015 was gewijzigd, ook niet geaccepteerd. Hieruit blijkt duidelijk dat de kwesties rondom het bestemmingsplan voor beide partijen tot de hoofdzaken van de koopovereenkomst behoorden, terwijl zij het daarover nog in het geheel niet eens waren. Zo blijkt nergens uit dat partijen het eens waren over de vraag bij wie het risico lag van het niet doorgaan van de gewenste wijziging en/of de tijdige wijziging van het bestemmingsplan. [appellant] meende uit de mededeling van de gemeente dat zij zou meewerken aan een bestemmingsplanwijziging af te leiden dat sprake was van een resultaatsverplichting, terwijl de gemeente steeds heeft volgehouden dat het wettelijk systeem voor haar niet verder kon reiken dan tot het toezeggen van een inspanningsverplichting, maar dat zij hierover hebben onderhandeld is gesteld noch gebleken. Bij dit alles heeft het hof nog niet meegewogen dat de gemeente steeds is uitgegaan van een wijziging tot bed&breakfast met de daar bijbehorende beperkte horeca, terwijl [appellant] meer omvattende plannen met de locatie had.