Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 5806352 \ CV EXPL 17-2404)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van Wonen Zuid.
3.De beoordeling
- [appellant] is met ingang van 10 juni 2014 van Wonen Zuid de woning aan de [adres] te [plaats] gaan huren.
- [appellant] heeft aan Wonen Zuid een huuropzeggingsformulier doen toekomen waarbij hij de huur van de woning heeft opgezegd per 28 februari 2017. Wonen Zuid heeft dit formulier op 10 januari 2017 ontvangen. De huurovereenkomst is hierdoor geëindigd met ingang van 1 maart 2017.
- Bij brief van 11 januari 2017 heeft Wonen Zuid aan [appellant] meegedeeld dat de vooropname van de woning op 23 januari 2017 zal plaatsvinden en dat tijdens de vooropname een afspraak zal worden gemaakt voor een eindcontrole van de woning.
- [appellant] is op 21 januari 2017 aangehouden door de politie en verblijft sindsdien in detentie. Hij heeft daardoor niet kunnen verschijnen bij de geplande vooropname van de woning op 23 januari 2017.
- Begin februari 2017 heeft Wonen Zuid via de deurwaarder vernomen dat [appellant] gedetineerd was in de penitentiaire inrichting te [vestigingsplaats] (hierna: de PI).
- Wonen Zuid heeft vervolgens op 9 februari 2017 telefonisch contact opgenomen met de casemanager van [appellant] bij de PI. Volgens het door Wonen Zuid overgelegde overzicht ‘Interactielogposten’ heeft dit gesprek plaatsgevonden om 10:40 uur en is daarvan de volgende notitie gemaakt:
- De casemanager van [appellant] heeft volgens het overzicht ‘Interactielogposten’ vervolgens op 16 februari 2017 telefonisch laten weten dat [appellant] niet gaat meewerken.
- [appellant] heeft de sleutels van het gehuurde niet ingeleverd en de woning niet ontruimd.
- € 964,31 aan huurachterstand over de periode tot en met februari 2017, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 maart 2017;
- € 688,53 aan gebruiksvergoeding over de maand maart 2017, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 maart 2017;
- € 688,53 per maand vanaf april 2017 voor iedere maand of gedeelte van een maand dat [appellant] in gebreke blijft met de ontruiming van het gehuurde;
- de door de kantonrechter gegeven verklaring voor recht dat de huurovereenkomst per 1 maart 2017 is geëindigd;
- de veroordeling van [appellant] om aan Wonen Zuid € 964,31 te voldoen ter zake huurachterstand over de periode tot en met februari 2017.
- [appellant] heeft op blz. 6 van de memorie van grieven erkend dat de sleutels van de woning bij zijn aanhouding in bewaring zijn genomen. Wonen Zuid heeft in overleg met de casemanager van [appellant] bij de PI getracht om afgifte van de sleutels de verkrijgen. Deze pogingen hebben geen succes gehad. Op 16 februari 2017 heeft de casemanager aan Wonen Zuid meegedeeld dat [appellant] niet gaat meewerken.
- [appellant] heeft van Wonen Zuid verlangd dat Wonen Zuid de inboedel van [appellant] zou opslaan en [appellant] heeft geweigerd om van de inboedel afstand te doen. Naar het oordeel van het hof was het echter niet van Wonen Zuid te vergen om kosten te maken voor het laten opslaan van de inboedel van [appellant] . Ook op dit punt zijn de pogingen van Wonen Zuid om tot een oplossing te komen stukgelopen op de mededeling van de casemanager van [appellant] van 16 februari 2017, dat [appellant] niet gaat meewerken.