Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure staat de ontbinding van een huurovereenkomst centraal. [Appellante] is eigenaar van een perceel met daarop een bungalow die sinds 1994 wordt verhuurd aan [geïntimeerden c.s.]. [Appellante] heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik en vordert ontruiming van de woning. [Geïntimeerden c.s.] verzet zich hiertegen en vordert in reconventie een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten en voor aangebrachte veranderingen.
De kantonrechter wees de vordering van [appellante] af en liet de reconventionele vordering onbesproken. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de kantonrechter en wijst de primaire vordering van [appellante] toe. [Geïntimeerden c.s.] stemt in met beëindiging van de huurovereenkomst per 1 oktober 2019 en zal de woning dan verlaten.
Het hof wijst de vordering tot vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten af wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan redelijkheid, behoudens de teruggave van de borgsom. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het arrest wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens dringend eigen gebruik met ontruiming per 1 oktober 2019, waarbij de vordering tot vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen behalve de teruggave van de borg.