ECLI:NL:GHSHE:2019:1913
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partner- en kinderalimentatie na echtscheiding met gewijzigde draagkracht
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake partner- en kinderalimentatie na echtscheiding. Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen met verschillende hoofdverblijfplaatsen. De man betwist de vastgestelde behoefte van de kinderen en de vrouw, evenals zijn draagkracht.
Het hof neemt het netto besteedbaar inkomen van de man in 2014 als uitgangspunt voor de berekening van de behoefte van de kinderen en de vrouw, waarbij de behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €364,90 per kind per maand en de behoefte van de vrouw op €1.524,41 per maand. De zorgkorting wordt vastgesteld op 5%, maar vervalt vanwege onvoldoende gezamenlijke draagkracht.
De man heeft in hoger beroep voldoende onderbouwd dat zijn inkomen vanaf november 2017 vrijwel nihil is en dat hij een aanzienlijke schuldenlast heeft. Het hof houdt rekening met een toegekend bedrijfskapitaal ter sanering van schulden en past de alimentatiebedragen aan. De kinderalimentatie voor [minderjarige 2] wordt vastgesteld op €155,50 per maand en de partneralimentatie op €396,- per maand vanaf 1 juni 2019, met terugwerkende kracht en aanpassing aan de feitelijke betalingen daarvoor.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het hof zelf opnieuw beslist en de overige verzoeken worden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de partner- en kinderalimentatie vast met terugwerkende kracht en wijzigt de eerdere beschikking rekening houdend met de gewijzigde draagkracht van de man.