Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Putten-van den Heuvel;
- de vader;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de moeder en vader over de zorg- en opvoedingstaken van hun minderjarige kind, hierna [minderjarige]. Na beëindiging van hun geregistreerd partnerschap oefenen zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, waarbij het hoofdverblijf van het kind bij de vader is.
De moeder verzocht in eerste aanleg om een zorgregeling waarbij zij het kind eenmaal per veertien dagen een weekend zou zien en de helft van de vakanties en feestdagen, alsmede een informatieregeling. De rechtbank wees dit verzoek af. De moeder kwam hiertegen in hoger beroep.
Het hof heeft vastgesteld dat de minderjarige, inmiddels 17 jaar oud, ernstige bezwaren heeft geuit tegen contact met de moeder. Gezien deze bezwaren acht het hof een zorgregeling niet haalbaar en wijst het verzoek daartoe af, waarmee de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. Wel stemt de vader in met een informatieregeling, waarbij hij de moeder iedere twee maanden schriftelijk informeert over het welzijn, de schoolprestaties en andere relevante zaken van het kind. Het hof acht deze regeling in het belang van het kind en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot zorgregeling afgewezen wegens ernstige bezwaren van het kind, informatieregeling vastgesteld.