ECLI:NL:GHSHE:2019:1607
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag wegens vermeende voorgewende reden
De werknemer, sinds 2001 in dienst als verkoopadviseur, werd op 1 april 2015 ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen. Het UWV verleende toestemming voor het ontslag na een gedegen onderzoek. De werknemer stelde in hoger beroep dat het ontslag gebaseerd was op een voorgewende of valse reden, onder meer omdat de financiële situatie van de werkgever niet juist zou zijn voorgesteld en zijn functie niet zou zijn vervallen.
Het hof oordeelde dat de werkgever terecht een bedrijfseconomische noodzaak had aangevoerd, gelet op de drastische terugloop van de binnenlandse verkoop van tuinbouwkassen. De werknemer had onvoldoende concrete en onderbouwde tegenbewijs geleverd om de juistheid van de verkoopcijfers te betwisten. Ook was vastgesteld dat de functies van de werknemer en een commercieel technisch medewerker niet uitwisselbaar waren, zodat het afspiegelingsbeginsel niet was geschonden.
Verder concludeerde het hof dat de werkgever voldoende had aangetoond dat er geen herplaatsingsmogelijkheden waren binnen het concern, mede omdat de werknemer niet voldeed aan de vereiste talenkennis voor buitenlandse verkoopfuncties. De grieven van de werknemer faalden, waardoor het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde en de werknemer veroordeelde in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is wegens een voorgewende of valse reden.