Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[klager]
een lid van de DSI bekend onder [nummer],
De feitelijke gang van zaken.
De beoordeling.
- de politie ging af op een melding vanwege een verdacht voertuig. Na een korte achtervolging werden in dit voertuig diverse vuurwapens aangetroffen. De inzittenden van het verdachte voertuig zijn te voet een woning in een flatgebouw in gevlucht;
- het ging om de aanhouding van verdachten op een adres van een persoon die bekend was als pleger van vuurwapenfeiten, geweldfeiten, verzetsfeiten en die vluchtgevaarlijk was;
- door de ter plaatse aanwezige officier van justitie is besloten een AOT in te zetten. Beklaagde was lid van het AOT;
- aan beklaagde werd door zijn commandant de opdracht gegeven om gewapend met een shotgun geladen met Bean Bags naar de achterzijde c.q. balkonzijde van de flat te gaan. Beklaagde was belast met de bewaking ter voorkoming dat personen uit de woning aan de achterzijde zouden vluchten. Door middel van portofoons werd voortdurend contact onderhouden met beklaagde;
- via de portofoon deelde beklaagde mede dat aan de balkonzijde van de woning twee mannen naar buiten kwamen. Aan een aantal AOT leden werd toen de opdracht gegeven om beklaagde beneden te assisteren. De overige leden van het AOT betraden de woning. In de woning werd een man op de bank aangetroffen die niet reageerde. Deze man bleek te zijn overleden en een (schot) verwonding aan zijn hoofd te hebben;
- beklaagde zag dat twee mannen, onder wie klager, het balkon van de flat betraden. Beklaagde maakte zich hierbij kenbaar als politie en maande de mannen tot stilstand;
- de twee mannen, onder wie klager, zijn vervolgens over de reling van het balkon geklommen en hierbij aan de reling blijven hangen. Na enige tijd zijn zij naar beneden gesprongen dan wel gevallen waarbij beide mannen (zwaar) gewond zijn geraakt.