Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/275452/HA ZA 14-34)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
verklaart voor recht dat de grens tussen de percelen van partijen vanaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van deze tuin wordt gevormd door de kadastrale grens;
vanaf het bijgebouw” moet worden gegeven.
vanaf het bijgebouw” in het eindarrest van dit hof van 17 april 2012 tevens betrekking heeft op de strook grond, welke gearceerd is aangeduid op de (hierboven weergegeven) situatietekening, en dat [appellant] terecht aanspraak maakt op een bedrag van € 6.000,-- aan verbeurde dwangsommen nu [geïntimeerde 1] c.s. voormelde strook grond niet tijdig ontruimd hebben;
tussenhet bijgebouw van [appellant] en de achterkant van de tuin van [appellant] . [geïntimeerde 1] heeft volgens nr 5 van die dagvaarding ten onrechte een strook grond tussen dit hek en de kadastrale grens in gebruik.
achterhet bijgebouw. De tekst van die (oorspronkelijke) dagvaarding vervolgt dan: “
Het komt eiser redelijk voor dat in het kielzog van de aanpassing van de grenssituatie tussen het bijgebouw en de achterkant van de tuin, ook de grenssituatie achter de garage en het bijgebouw wordt aangepast”.
Hetzelfde geldt mogelijk voor de grenssituatie aan de voorkant van de percelen, dus tussen de straat en de garage. Ook hier heeft gedaagde een smalle strook grond in bezit die op basis van de kadastrale situatie aan eiser toebehoort”.
voor recht te verklaren dat de grens tussen de percelen van partijen wordt gevormd door de kadastrale grens (..)
grote hek”. Verder stelt hij in nr 16 cva dat wat hij hierover heeft gesteld mutatis mutandis heeft te gelden “
voor het hekwerk ter hoogte van het bijgebouw alsmede de grenssituatie aan de voorzijde van de percelen”.
Vanaf de openbare weg tot de garage staat een rij coniferen tussen de percelen van partijen. Aan zijn kant heeft [geïntimeerde 1] die coniferen kort gesnoeid en daarna de bestrating van zijn oprit tot vlak bij de stam van de coniferen gelegd. Naar schatting heeft [geïntimeerde 1] zich hiermee 20 tot 30 centimeter grond toegeëigend (..). [appellant] is van mening dat de erfgrens aan de voorkant van de percelen van partijen in een rechte lijn dient aan te sluiten op de grens aan de achterkant van de percelen (vanaf de garage dus). Dat betekent dat dus dat naar de mening van [appellant] ook aan de voorkant de kadastrale grens dient te worden aangehouden. (..)”
De situatie aan de voorzijde van het perceel wordt ten onrechte aangemerkt als zou zij onderdeel uitmaken van deze procedure. In de tweede alinea van onderdeel 6 van de inleidende dagvaarding geeft [appellant] aan :”Hetzelfde geldt mogelijk voor de grenssituatie aan de voorkant van de percelen.(..)”. [appellant] heeft zijn eis op dit onderdeel bij gelegenheid van conclusie van repliek niet vermeerderd c.q. gewijzigd. [appellant] (..) stelt dat (..) zou moeten leiden tot toewijzing van een niet nader omschreven vordering ten aanzien van de voorzijde van het perceel (..).
[appellant] c.s. stellen zich op het standpunt dat (..) de twee hekken door [geïntimeerde 1] zijn geplaatst over de kadastrale grens op hun perceel en vorderen verwijdering daarvan. Zij stellen dat [geïntimeerde 1] c.s. zonder recht of titel van de strook grond gelegen tussen het hek en de kadastrale grens gebruik maken. Dit is volgens hen ook het geval met een strook grond vanaf de straat tot aan hun woonhuis voor zover deze strook binnen de kadastrale grens van hun perceel ligt.”
de vorderingen” van [appellant] c.s. afgewezen.
de bewuste strook grond in bezit hebben”) onder nr. 13 gesteld dat [geïntimeerde 1] geen bezitsdaden heeft verricht “
terzake de strook grond gelegen tussen de kadastrale grens en het bijgebouw alsmede de garage richting de voorzijde van het perceel van [appellant] . (..) Op deze strook grond staan ongeveer op de kadastrale grens coniferen. Tevens ligt een gedeelte van de inrit van [geïntimeerde 1] over de kadastrale grens. Hiermee heeft [geïntimeerde 1] echter geen bezitsdaden verricht.”
Tussen de beide erven bevindt zich een hek dat loopt vanaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van deze tuin. Ook is er een hek achter het bijgebouw bestaande uit palen met gaas ertussen”
: “ [geïntimeerde 1] c.s. hebben, voor zover in dit hoger beroep van belang, gesteld dat zij door verkrijgende verjaring eigenaar geworden zijn van deze stroken grond, dan wel dat het recht van [appellant] c.s. om deze grond terug te vorderen, is verjaard. ”
“(..) Zij behelzen
In hoger beroep is niet bestreden dat uit de kadastrale grensreconstructie van 18 mei 2009 is gebleken dat [geïntimeerde 1] c.s. achter in hun tuin – ongeveer vanaf het bijgebouw op het erf van [appellant] c.s. – een strook grond gebruiken (..)”
: “Hier kan uitsluitend de vraag aan de orde zijn of [geïntimeerde 1] terecht stellen dat zij het bezit van de grond – zoals zij hebben gesteld maar [appellant] c.s. hebben bestreden – hebben verkregen in 1986, door het plaatsen van een hek.” (rov. 4.4). Aan [geïntimeerde 1] c.s. wordt bewijs opgedragen van de stelling “
dat zij het litigieuze hek in 1986 hebben geplaatst” .
Als [geïntimeerde 1] c.s. slagen in het bewijs van hun stelling dat het hek in 1986 is geplaatst, zal – naar in het voorgaande besloten ligt – de vordering van [appellant] c.s. worden afgewezen. Als [geïntimeerde 1] c.s. niet slagen in het bewijs van hun stelling dat het hek in 1986 is geplaatst, zal – naar in het voorgaande eveneens besloten ligt – de vordering van [appellant] c.s. worden toegewezen, in dier voege dat voor recht zal worden verklaard dat de grens tussen de percelen van partijen vanaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van deze tuin wordt gevormd door de kadastrale grens, (..).
enkel de kadastrale grens vanaf het bijgebouw naar achter wordt toe danwel afgewezen. Dit betekent (..) dat de perceelsgrens een rare knik gaat bevatten (..) Bovendien kan [appellant] zich niet verenigen met het oordeel dat hij de rest van de loop van de kadastrale grens onvoldoende heeft onderbouwd. Immers, er zijn kadastrale veldwerktekeningen in het geding gebracht (..)
: “Dat de discussie zich daarna met name heeft toegespitst op het hekwerk vanaf het bijgebouw is gelegen in het feit dat (..)” en merken zij nog op “
Een kadastrale grens loopt immers over een geheel perceel en niet enkel over een gedeelte van een perceel.”
In hun antwoordakte hebben [appellant] c.s. het hof verzocht om terug te komen op zijn beslissing dat de vordering van [appellant] c.s. zal worden afgewezen voor zover deze ziet op andere delen van de percelen van partijen dan de strook grond vanaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van die tuin. Het hof ziet evenmin aanleiding om terug te komen op deze bindende eindbeslissing, die niet berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag.”
in zoverre worden toegewezen dat voor recht zal worden verklaard dat de grens tussen de percelen van partijen vanaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van deze tuin wordt gevormd door de kadastrale grens.” (rov. 6.6.).
het erf van [appellant] c.s. vanaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van deze tuin, te ontruimen – waaronder wordt verstaan dat [geïntimeerde 1] c.s. het desbetreffende deel van het erf van [appellant] c.s. ontdoen van planten, bouwsels (waaronder het hek), bestrating en zaken die zijn bevestigd aan garage en/of bijgebouw – en ontruimd te houden, (..)”.
wijst af het meer of anders gevorderde”.
voor zover deze ziet op andere delen van de percelen”. Uit het gebruik van het meervoud “
delen”, in relatie tot de vraag van [appellant] die zag op “
de rest van de loop van de kadastrale grens” en de opmerking van [appellant] dat een kadastrale grens over een geheel perceel loopt, valt af te leiden dat het hof de vordering van [appellant] heeft afgewezen voor zover deze zag op de middelste strook én de voorste strook.
bij het plaatsen van het hek/de hek(werken)”. Duidelijk blijkt uit de context dat de rechtbank hierbij het oog heeft op zowel het grote hek als het hek met gaas en palen. De afwijzing in het eindvonnis ziet dan ook op de stroken grond die begrensd worden door beide hekken (dus de middelste strook en de achterste strook).
Tussen de beide erven bevindt zich een hek dat loopt vanaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van deze tuin. Ook is er een hek achter het bijgebouw bestaande uit palen met gaas ertussen”.
achter” het bijgebouw, en de achterste strook hoort bij het hek dat loopt “
vanaf het bijgebouw” tot de achterkant van de tuin.
het hek”. De omschrijving die het hof gebruikt, vermeldt “v
anaf het bijgebouw in de tuin van [appellant] c.s. tot aan de achterkant van deze tuin”.[appellant] heeft ook begrepen dat de bewijsopdracht slechts op de achterste strook zag, want in zijn verzoek om terug te komen op de (in zijn ogen: te) beperkte bewijsopdracht aan [geïntimeerde 1] , vermeldt hij dat als [geïntimeerde 1] niet zou slagen in de bewijsopdracht, de toewijzing aan [appellant] van de eigendom van de achterste strook zou meebrengen dat er een knik in de grenslijn zou ontstaan.
vanaf het bijgebouw” zoals dat steeds is omschreven, waarmee, ook gelet op de eigen tekening van [appellant] die de basis was van de omschrijving van zijn vordering, bedoeld wordt het stuk grond dat begint waar het bijgebouw eindigt.
vanaf het bijgebouw” in de stukken gedoeld op de middelste strook, die afgegrensd werd met het hekwerk met palen en gaas. Ook het hof heeft daar duidelijk niet het oog op.
“planten, bouwsels, bestrating, zaken die bevestigd zijn aan garage en/of bijgebouw”.Deze planten en bouwsels c.a. stonden op de middelste en de voorste strook, niet op de achterste strook. Uit het gehele arrest van het hof blijkt echter duidelijk dat het hof niet heeft bedoeld ook de eigendom van het (voorste en) het middelste stuk aan [appellant] toe te wijzen.