Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap] , voorheen handelend onder de naam [het adviesburo] Adviesburo B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
1.Beheersmaatschappij [beheersmaatschappij] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geintimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geintimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 augustus 2018 waarbij het hof een pleidooi heeft gelast;
- het proces-verbaal van pleidooi van 24 januari 2019;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brieven van 8 resp. 9 januari 2019 door beide partijen toegezonden producties, die zij bij het pleidooi bij akte in het geding hebben gebracht.
6.De beoordeling
ze[ [fonds 6] , hof]
aan SEB hebben gezegd dat er vanaf 16 November[2012, hof]
tijdelijk[e] geen opnames mogelijk waren omdat ze te weinig nieuw geld binnen kregen. (..)” (prod. 14 inl. dagv.)
Over pensioenuitkeringen is Inkomstenbelasting verschuldigd, terwijl een eventueel aan de heer en mevrouw [geintimeerde 2 en 3] toe te kennen schadevergoeding onbelast zal zijn” aldus [appellanten c.s.] die daar aan toevoegen dat ter zake die verschuldigde inkomstenbelasting een aftrek van 40,4% gehanteerd moet worden op het verloren gegane bruto kapitaal (3.7 en 3.8 mvg).
Ik ben slecht in cijfers, maar ik deed navraag over of dit fiscaal op te lossen is en de conclusie is dat dit niet gaat. [beheersmaatschappij] B.V. moet er niet uitgestreept worden” (of woorden van gelijke strekking).
aan [geintimeerden c.s.] de schade te vergoeden die zij door de onrechtmatige daad althans wanprestatie van [appellanten c.s.] hebben geleden en nog zullen lijden”. In die zin is de stelling dat thans primair namens (alleen) Beheersmaatschappij [beheersmaatschappij] wordt gevorderd méér dan slechts een nadere nuancering van een eerder ingenomen standpunt maar inderdaad een – te late – eiswijziging. Die het hof dan ook terzijde zal laten.
Het hof wenst door een nog te benoemen deskundige voorgelicht te worden tot welk bedrag de inleg realiter zou kunnen zijn aangegroeid bij beleggingen die voldoen aan de genoemde criteria, waarbij de deskundige verder vrij is in het samenstellen van die hypothetische portefeuille (gelijk de destijds voor [geintimeerden c.s.] samengestelde portefeuille) met een wereldwijde blootstelling.
In de loop van 2016” - meer specifieker zijn [geintimeerden c.s.] hierover niet - is aan [geintimeerden c.s.] door SEB uitgekeerd € 221.508,57. [geintimeerden c.s.] berekenen hun schade in hoofdsom per 1 juli 2016 omdat deze datum vijf jaar na 1 juli 2011 ligt en de beleggingen van [geintimeerden c.s.] bedoeld waren voor pensioenaanvulling drie tot vijf jaar na 1 juli 2011. [appellanten c.s.] berekenen de schade per 1 juni 2016, zonder nader aan te geven waarom zij afwijken van de vijfjaarstermijn. Het hof zal daarom, bij gebreke aan een duidelijke betwisting van de steeds door [geintimeerden c.s.] aangehouden einddatum, uitgaan van de door [geintimeerden c.s.] genoemde schadedatum van 1 juli 2016.
Beleggingsfondsen”, maar niet met “
Zelf beleggen” en dat hij zijn financiële kennis en ervaring als “
voldoende” inschat. Vast staat dat [adviseur] een deel van dat formulier zelf reeds had ingevuld voordat hij het aan de heer en mevrouw [geintimeerde 2 en 3] toonde en met hen besprak, maar dat de heer [directeur beheersmaatschappij] het formulier, met de door [adviseur] ingevulde stukken, vervolgens voor akkoord heeft ondertekend. Datgene wat op het klantprofiel-formulier staat vermeld, staat – behoudens tegenbewijs – tussen partijen vast. Anders dan de rechtbank evenwel, is het hof van oordeel dat iemand die zichzelf als in het bezit van “
voldoende” financiële kennis inschat, en die aangeeft slechts ervaring te hebben met beleggingsfondsen (waarbij een ander de beleggingsbeslissingen neemt), maar niet zelf heeft belegd, niet kan worden gekwalificeerd als een ervaren belegger. Daar komt bij dat [adviseur] zelf in de ongedateerde notitie die hij aan en over [geintimeerden c.s.] heeft geschreven voorafgaand aan de uitvoering van zijn beleggingsadviezen schrijft over de optie om het door Nationale Nederlanden uit te keren kapitaal in eigen beheer te nemen: “
U kunt de beleggingen zelf doen, onderbrengen bij een bank of vermogensbeheerder of door ons kantoor laten begeleiden. (..)Zelf doen was voor u geen optie[onderstr. Hof].
(..)” (prod. 2 inl. dagv.). Tenslotte schreef Buro [buro] (in Bijlage A van het eerste rapport) dat de heer [directeur beheersmaatschappij] , zo bleek uit een gesprek dat met hem was gevoerd, onder meer een deel van de vragen over het risicoprofiel niet had begrepen. [appellanten c.s.] hebben in wezen geen andere argumenten aangedragen voor hun stelling dat de heer [directeur beheersmaatschappij] een ervaren belegger was, zo hebben zij bijvoorbeeld niet gewezen op door de heer [directeur beheersmaatschappij] zelf – zonder tussenkomst van adviseurs of beleggingsfondsen – aangegane participaties. Omtrent de ervaringen van mevrouw [administratrice] is niets gesteld of gebleken, zodat er in haar geval evenmin geoordeeld kan worden dat zij een ervaren belegger was.
U loopt dus enkel het risico dat Nationale Nederlanden failliet gaat. Dit risico is niet denkbeeldig(..))”. Over de geadviseerde beleggingen in het [fonds 1] schrijft Adviesburo [het adviesburo] bijvoorbeeld: “
Het fonds beleg[t] in Amerikaanse levensverzekeringen. De systematiek is u uitgelegd. Deze markt heeft veel ‘cowboys’ aangetrokken. [fonds 6] en [fonds 7] komen op ons over als betrouwbaar, voor zover wij kunnen beoordelen. Het fonds valt niet onder toezicht van de AFM. Indien het fonds in liquiditeitsproblemen komt (..) kan het fonds zijn uitbetalingen opschorten. Zie de aanvullende informatie.”. Vergelijkbare teksten zijn te lezen bij [fonds 5] en [fonds 7] .
Het is moeilijk om een rendementsverwachting te formuleren. Na aftrek van de kosten moet er een rendement van 4% gehaald kunnen worden.” De aanbevolen fondsen worden vervolgens in een risicoklasse, schaal 1-7, geclassificeerd, waarbij slechts een (niet-obligatie-) fonds van een classificering zijn voorzien.