Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 20 juni 2017;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de zijde van [geintimeerden c.s.] van 17 april 2018;
- het proces-verbaal van contra-enquête aan de zijde van [appellant] van 9 oktober 2018
- de memorie na enquête in principaal en incidenteel appel van [geintimeerden c.s.] , met producties;
- de memorie na enquête van [appellant] .
6.De verdere beoordeling
een goede meter daklatten bij hen moest vervangen om een waterdichte aansluiting te maken. (..) Ik kan niet halverwege twee tengels een panlat gaan doorzagen (..) Tijdens dat gesprek waren meneer en mevrouw [appellant] aanwezig. Aan de achterzijde hadden ze een gezamenlijke schoorsteen en de bak achter die schoorsteen was lek, ik zei ‘die vervang ik meteen’, dat was geen probleem. (..) Ik heb ook met [appellant] besproken dat ik pannen en panlatten aan de voor- en achterzijde op hun dak zou vervangen en zij vonden dat goed. Tijdens de werkzaamheden heeft [appellant] geen bezwaar gemaakt. (..) Het gesprek waarbij [appellant] akkoord was met de werkzaamheden vond plaats toen ik bij hen was aan het begin van mijn werk. Dat was 7 jaar geleden. Ik weet niet precies meer wanneer. Ik heb niet toegezegd aan [appellant] dat ik anderhalve pan van de dakpannen van [appellant] op de erfscheiding zou laten liggen en dat ik daar af zou blijven. Dat kan helemaal niet.”
vertelde mij dat [appellant] hiermee akkoord was en dat hij hem had gezegd ‘als het mij maar geen geld kost’”. [getuige 2] wees er verder op dat [appellant] tijdens de werkzaamheden geen bezwaar had gemaakt.
Goltstein[de voormalige advocaat van [appellant] , hof]
is komen kijken toen de dakdekker [getuige 1] bezig was met het plaatsen was van de steigers. Hij heeft toen aan [getuige 1] gevraagd: “wat ben je aan het doen” en hij heeft hem gezegd dat hij niet de grens over mocht. Hij bedoelde daarmee de erfgrens op het dak. Naderhand zei Goltstein tegen mij: “hij zal het nu wel laten nu ik hem hier op heb aangesproken”. Het gesprek tussen Goltstein en [getuige 1] vond plaats bij mij thuis, ik wilde dat niet maar Goltstein vond dat netter. Mijn vrouw en ik waren er bij, maar wij hebben niet deelgenomen aan dat gesprek. [getuige 1] heeft toen aan Goltstein uitgelegd wat hij ging doen, niet aan mij. (..)
Over de toestemming kan ik kort zijn: wij hebben nooit toestemming gegeven voor het verwijderen van onze dakpannen. Wij zijn begonnen met een correspondentie met [getuige 2] waarin zin 1 ongeveer was of ze alsjeblieft de grens wilden respecteren. In die correspondentie stond ook dat wij geen toestemming gaven voor het verwijderen van onze dakpannen.”
had mij gevraagd om alle werkzaamheden aan het dak van [getuige 2] te laten stilleggen. Ik ben daarom zelf naar het pand gaan kijken en daar trof ik de dakdekker. Ik heb met die dakdekker gesproken, ik meen op straat. (..) Ik heb met die dakdekker niet gesproken over de erfgrens of over de dakpannen, maar ik heb wel aan hem laten weten dat ik namens [appellant] zou optreden als er inbreuk op zijn rechten zou worden gemaakt.” Mr. Goltstein voegde daar desgevraagd aan toe dat hij had geprobeerd duidelijk te maken aan de dakdekker dat hij de rechten van [appellant] moest respecteren “
ook door mijn aanwezigheid als advocaat” en dat hij “
de indruk had” dat de dakdekker ervan overtuigd was dat de werkzaamheden op het dak van [getuige 2] (c.s.) moesten blijven. Het is overigens de vraag of die indruk geheel klopt met de werkelijkheid, want als getuige gehoord kon [getuige 1] zich niet herinneren met mr. Goltstein, de voormalige advocaat van [appellant] , te hebben gesproken.
Wij hebben geen behoefte en willen ook geen overleg met jullie dakdekker. Jullie zijn opdrachtgever. Het is jullie verantwoordelijkheid”. In diezelfde brief heeft [appellant] ook geschreven “
Wij geven jullie dakdekker (..) onder geen enkele voorwaarden toestemming opdrachten op of aan ons dak uit te voeren.” In een eerdere - aangetekende - brief, van 3 mei 2011 schreef [appellant] aan [geintimeerden c.s.] “
Gezien jullie houding in het verleden willen wij beslist niets meer met jullie samen doen” en op 20 april 2011 had [appellant] (vetgedrukt) aangegeven dat er niet op zijn terrein gekomen mocht worden en dat hij “
een ander soort of teveel afwijkende kleur dakpannen” niet wilde.
De pannen die door de deskundige in zijn rapport van 11 juni 2014 worden genoemd, de Verbeterde Holle karamische pannen licht genuanceerd, kleur bruin en de pannen die op het dak van [appellant] liggen worden niet meer gemaakt en zijn niet leverbaar en waren ook niet leverbaar in 2014.”
Zij vertelden mij toen dat die pannen van [appellant] niet meer nieuw verkrijgbaar zijn. Het is een bijzondere bonte kleur, een menging van drie kleuren, en die wordt niet meer gemaakt. (..) De pannen bij [appellant] waren verbeterde Hollandse pannen. Die worden nog wel gemaakt, maar niet in die kleur.”
Dat klopt wel, maar ze worden niet meer in die bonte kleur gemaakt, dat heeft [dakpannenfabriek 2] mij verteld.”
de Verbeterde Hollandse pan, herfstkleur en/of rustiek, onverglaasd” nog leverbaar is, omdat de site van [dakpannenfabriek 2] aangaf dat deze pannen nog in productie waren en leverbaar.
Alles wat op onze website staat is leverbaar. De brochures betreft de pannen zijn te downloaden via onze site.” (Het was deze mail die tijdens het getuigenverhoor aan [getuige 1] werd voorgelezen.)
wanverhoudingbestaat tussen de met [appellant] ’ optreden te dienen belangen en de voor [geintimeerden c.s.] nadelige gevolgen daarvan.
Het beroep op misbruik van bevoegdheid is een zelfstandig verweer. Dat betekent dat de stelplicht en, bij voldoende betwisting, de bewijslast ter zake rusten op [geintimeerden c.s.]
gelet op de tegen gedaagden uit te spreken veroordeling” onvoldoende belang bij bestaat.
7.De uitspraak
- daarin is afgewezen de vordering tot verklaring voor recht dat [geintimeerden c.s.] onrechtmatig hebben gehandeld door bij de renovatie van het dak de erfgrens niet te respecteren en pannen van en op het dak van [appellant] weg te halen en te vervangen door andersoortige pannen, afwijkend ook in kleur, van de rest van [appellant] ’ pannendak;
- en daarin is afgewezen de vordering van [appellant] tot veroordeling van [geintimeerden c.s.] tot vervanging van de “’grensoverschrijdende pannen” en de hoekpannen,
- en de bepaling dat de ten laste van [geintimeerden c.s.] te brengen kosten, indien deze het werk niet zelf laat uitvoeren, niet meer zullen bedragen dan € 932,00;