Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
15 november 2017.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen. In eerste aanleg was de kinderalimentatie vastgesteld en aangepast, maar de man kwam in hoger beroep tegen de terugbetalingsplicht en de draagkrachtberekening. De vrouw voerde incidenteel hoger beroep met eigen griefpunten over draagkracht.
Het hof heeft de draagkracht van beide partijen nauwkeurig beoordeeld, waarbij schulden en verdiencapaciteit centraal stonden. De man had twee schulden bij ABN AMRO, waarvan één werd erkend als niet-vermijdbaar en meegenomen in de draagkracht. De andere schuld was onvoldoende onderbouwd en werd niet meegenomen. De vrouw kon een beperkte extra verdiencapaciteit worden toegerekend.
De zorgregeling was gewijzigd, waardoor een zorgkorting van 5% werd toegepast. Op basis van de draagkrachtvergelijking werd de kinderalimentatie per 1 juni 2018 en per de geboorte van het vierde kind aangepast. Tevens werd geoordeeld dat de vrouw het teveel ontvangen alimentatiebedrag vanaf 1 januari 2017 tot 1 juni 2017 aan de man moet terugbetalen.
De bestreden beschikking werd voor een deel bekrachtigd en voor het overige vernietigd en opnieuw vastgesteld. De proceskosten werden gecompenseerd. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2019.
Uitkomst: De kinderalimentatie is aangepast per gewijzigde draagkracht en de vrouw moet teveel ontvangen alimentatie terugbetalen.