ECLI:NL:GHSHE:2018:900
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis geldleningsovereenkomst met discussie over echtheid en verjaring
In deze civiele zaak stond de geldleningsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde centraal. Geïntimeerde vorderde betaling van €16.129,99 inclusief rente en kosten, gebaseerd op een overeenkomst van 6 september 2009 waarbij €10.000 werd geleend met 10% rente per jaar. Appellant betwistte de totstandkoming van de overeenkomst, de echtheid van de eerste bladzijde en stelde dat de lening niet is verstrekt.
De rechtbank wees de vordering toe bij verstek, waarna appellant in verzet kwam. Na deskundigenonderzoek en meerdere tussenvonnissen werd het verstekvonnis bekrachtigd. In hoger beroep handhaafde appellant zijn grieven, maar het hof oordeelde dat hij zijn handtekening onder de tweede bladzijde had gezet en onvoldoende had toegelicht waarom de eerste bladzijde niet zou gelden. Ook de stelling dat de lening niet was verstrekt faalde, omdat de betaling via een derde was gedaan en de vermelding “lening” op de overboeking stond.
Ten aanzien van de verjaring oordeelde het hof dat de lening pas begin september 2010 opeisbaar werd, waardoor de vordering tijdig was ingesteld. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het vonnis, veroordeelde appellant in de proceskosten en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van de lening met rente en proceskosten.