ECLI:NL:GHSHE:2018:856
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag vader wegens onvermogen tot verzorging en opvoeding
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die het ouderlijk gezag over zijn minderjarige zoon heeft beëindigd. De minderjarige staat sinds december 2015 onder toezicht en verblijft in een pleeggezin sinds juli 2015. De vader betwist de beëindiging en voert aan dat hij positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en dat omgangsmomenten met zijn zoon goed verlopen.
De Raad voor de Kinderbescherming en de GI ondersteunen de beslissing tot beëindiging van het gezag, stellende dat de vader niet binnen een voor de ontwikkeling van het kind aanvaardbare termijn in staat is de verzorging en opvoeding op zich te nemen. De minderjarige vertoont gedragsproblemen die voortkomen uit een onveilige hechting en heeft behoefte aan stabiliteit en voorspelbaarheid.
Het hof overweegt dat de vader ondanks positieve stappen nog steeds kampt met instabiliteit, waaronder wisselende woonplekken en terugval in drugsgebruik. Het belang van het kind vereist duidelijkheid en continuïteit, en het is niet redelijk te verwachten dat de vader binnen aanvaardbare termijn de opvoeding kan overnemen. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over zijn minderjarige zoon.