ECLI:NL:GHSHE:2018:846
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- R.A.T.M. Dekkers
- F.J.M. Walstock
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis na veroordeling Opiumwet en WWM
Tegen verdachte is een bevel tot voorlopige hechtenis uitgevaardigd wegens overtreding van de Opiumwet. De voorlopige hechtenis was eerder geschorst omdat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak nog lang op zich zou laten wachten. Inmiddels is verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens overtreding van de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie.
De rechtbank heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven vanwege de aard, ernst en omvang van de bewezenverklaarde feiten en de strafoplegging, waarbij het persoonlijk belang van verdachte ondergeschikt werd geacht aan het strafvorderlijk belang en het belang van de samenleving. Verdachte heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en verzocht om de schorsing te heroverwegen.
Het hof overweegt dat het veroordelend vonnis de grondslag vormt voor de voortzetting van de voorlopige hechtenis en dat het uitgangspunt dat verdachte zijn berechting in vrijheid mag afwachten niet meer zonder meer geldt. De motivering van de rechtbank is voldoende en niet onbegrijpelijk. Het hof stelt dat alleen bijzondere zwaarwichtige persoonlijke omstandigheden tot schorsing kunnen leiden, welke niet zijn gesteld of gebleken.
Daarom wijst het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, waarbij het belang van de samenleving bij voortzetting van de hechtenis zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verdachte.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en verdachte blijft in voorlopige hechtenis.