3.1.In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
a. Het Bureau is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan dat op grond van de Wet op de architectentitel is belast met het beheer van het architectenregister.
b. De VOF voert de (bedrijfs)naam [naamvoering van de VOF] . De vennoten van de VOF zijn [vennoot 1] en [vennoot 2] . Deze vennoten van de VOF staan niet onder de titel architect ingeschreven in het architectenregister.
c. Bij brief van 3 juni 2015 heeft het Bureau aan de VOF onder meer het volgende bericht:
"Op grond van artikel 23, eerste lid, van de Wet op de architectentitel is het voeren van de titel architect voorbehouden aan hen die onder deze titel staan ingeschreven in het architectenregister. Op grond van artikel 23a, eerste lid, van deze wet, is een bureau gerechtigd zich als architectenbureau te presenteren, indien ten minste de helft van het bestuur als architect staat ingeschreven.
Ook het bij of in de (bureau)naam voeren van woordsamenstellingen en afkortingen met/van deze titel zoals lichtarchitect of lichtarchitectuur is door deze wet voorbehouden aan ingeschreven. Bureau Architectenregister is bevoegd op te treden tegen hen die deze wet overtreden.
U staat niet ingeschreven in het architectenregister. U voert in strijd met bovengenoemde wettelijke bepalingen de naam " [naamvoering van de VOF] ". U doet dit bijvoorbeeld in het Handelsregister, op uw website en in uw overige bedrijfspresentatie (…).
Bureau Architectenregister verzoekt bovenomschreven titelgebruik te staken (….). Graag ontvangt Bureau Architectenregister binnen twee weken uw schriftelijke reactie. "
d. Bij brief van 15 juli 2015 heeft de gemachtigde van de VOF aan het Bureau bericht dat haar cliënte niet in strijd handelt met de Wet op de architectentitel en dat zij haar handelsnaam [naamvoering van de VOF] zal blijven voeren.
3.2.1.Bij inleidende dagvaarding vordert het Bureau, kort samengevat,
I. de VOF op straffe van verbeurte van een dwangsom te bevelen
a. binnen twee weken na het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, de onrechtmatige naamvoering te staken en gestaakt te houden;
b. zich overigens te onthouden van het gebruik van benamingen waarin (woord- samenstellingen met afkorting van) de beschermde titel
architectvoorkomt;
II. de VOF te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.2.De VOF heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.1.In het tussenvonnis van 17 februari 2016 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast.
3.3.2.In het eindvonnis van 20 april 2016 heeft de kantonrechter de vorderingen afgewezen en het Bureau veroordeeld in de proceskosten.