ECLI:NL:GHSHE:2018:5342

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 december 2018
Publicatiedatum
21 december 2018
Zaaknummer
20-003421-18
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot verlenging van het bevel tot gevangenhouding in hoger beroep met verzoek tot opheffing en schorsing

In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 13 december 2018 uitspraak gedaan in hoger beroep over de vordering tot verlenging van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte. De advocaat-generaal had verzocht om de voorlopige hechtenis te verlengen, omdat de verdachte, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], thans zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd was in [detentieplaats]. De verdediging had verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis, stellende dat de rechtbank in eerste aanleg onvoldoende aandacht had geschonken aan een door hen geschetst alternatief scenario. Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal toegewezen, omdat de verdenking en de gronden voor de voorlopige hechtenis nog steeds bestaan. Het hof oordeelde dat de rechtsorde ernstig is geschokt en dat de verdachte niet in vrijheid kan afwachten, gezien de recente veroordeling tot een gevangenisstraf van vier jaar. Het hof heeft ook het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen, omdat de omstandigheden die door de verdediging zijn aangevoerd niet als bijzonder zwaarwegend werden beschouwd. De geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding is verlengd met honderdtwintig dagen, en het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Parketnummer 1e aanleg : [nummer]
Parketnummer : [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van
[datum] strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van
[naam verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in [detentieplaats]
Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot [datum] .
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.
Het gerechtshof is na onderzoek gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleende bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan. De vordering van de advocaat-generaal zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis ook komt te berusten op de grond dat in het bestreden vonnis van de [rechtbank] van [datum] een vrijheidsbenemende straf is opgelegd voor de duur van 4 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, van welke de tenuitvoerlegging langer duurt dan de periode van het verlengde bevel tot gevangenhouding.
Namens verdachte is verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen, nu -kort gezegd- een ander dan verdachte de schutter is geweest en de rechtbank in het veroordelend vonnis niet of onvoldoende aandacht heeft geschonken aan het door de verdediging geschetste alternatieve scenario. Bovendien zou geen sprake meer zijn van een ernstig geschokte rechtsorde.
Het hof overweegt als volgt.
Opheffing van de voorlopige hechtenis kan na een veroordelend vonnis in beginsel aan de orde zijn wanneer er sprake is van een misslag in het vonnis op grond waarvan het evident is dat het vonnis in hoger beroep niet in stand kan blijven. De stelling dat de rechtbank onvoldoende aandacht heeft besteed aan een door de verdediging geschetst alternatief scenario is niet een misslag als hier bedoeld. In het kader van de beoordeling van de voorlopige hechtenis in raadkamer voert het te ver om nader onderzoek te doen naar de juistheid van het namens verdachte aangevoerde alternatieve scenario. Voorts is het hof van oordeel dat ook thans nog de rechtsorde ernstig is geschokt aangezien het voor de samenleving niet te begrijpen zou zijn wanneer de verdachte die recent namelijk op [datum] is veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens het plegen van een strafbaar feit waar 12 jaar of meer op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt, zijn berechting in vrijheid zou mogen afwachten.
Het hof overweegt voorts dat het veroordelend vonnis op zich een nieuw ernstig bezwaar jegens verdachte vormt die de voorlopige hechtenis rechtvaardigt.
Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.
Het hof overweegt als volgt.
Na een veroordeling door een daartoe bevoegde rechter komt de voorlopige hechtenis te berusten op artikel 5 lid 1 sub a van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en heeft de verdachte niet zonder meer het recht om zijn berechting in vrijheid af te wachten. Daaraan doet volgens vaste rechtspraak van het EHRM niet af dat de veroordeling nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. Immers het belang van de samenleving bij voortduring van de voorlopige hechtenis na een veroordeling door een daartoe bevoegde rechter weegt zwaar. Dat neemt niet weg dat er redenen kunnen zijn om de voorlopige hechtenis te schorsen. Alsdan dient er naar het oordeel van het hof sprake te zijn van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden op grond waarvan het belang dat verdachte heeft bij het in vrijheid mogen afwachten van zijn proces, zwaarder weegt dan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis. In die afweging van belangen gaat het belang van de verdachte zwaarder wegen naarmate de datum van (voorwaardelijke) invrijheidstelling naderbij komt. In de onderhavige zaak is de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling bepaald op [datum] . Er is derhalve nog geen sprake van een nabij gelegen datum van invrijheidstelling terwijl het hof voorts van oordeel is dat hetgeen namens verdachte naar voren is gebracht, onder meer de zwangerschap van de partner van verdachte, in de onderhavige zaak niet kan doorgaan voor een bijzonder zwaarwichtige omstandigheid waar het belang van de samenleving voor dient te wijken.
Het hof wijst af het verzoek.

BESCHIKKENDE:

Verlengtde geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op [datum]
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter,
mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren
in tegenwoordigheid van mw. B. Yazi-Kocyilmaz, griffier.
De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.
’s-Hertogenbosch, [datum]
De advocaat-generaal,
Gezien d.d.
De Directeur van [detentieplaats]