ECLI:NL:GHSHE:2018:5341

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 december 2018
Publicatiedatum
21 december 2018
Zaaknummer
01162-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing schorsing voorwaardelijke invrijheidstelling na nieuw strafbaar feit

Verdachte was voorwaardelijk in vrijheid gesteld voor een detentieperiode van 244 dagen. Tijdens deze voorwaardelijke invrijheidstelling pleegde hij een nieuw strafbaar feit, namelijk opzetheling, subsidiair diefstal. Hierdoor werd de voorwaardelijke invrijheidstelling geschorst en verdachte in voorlopige hechtenis genomen.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot 70 dagen gevangenisstraf voor dit nieuwe feit en herroepen de voorwaardelijke invrijheidstelling, waardoor verdachte de resterende straf van 90 dagen alsnog moet uitzitten. Verdachte verzocht het hof om opheffing van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Het hof oordeelde dat ondanks het instellen van hoger beroep tegen het veroordelend vonnis, de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling met onmiddellijke ingang opgeheven moet worden. De advocaat-generaal verzette zich niet tegen dit verzoek. Het hof besloot daarom de schorsing op te heffen en de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte te gelasten.

Uitkomst: De schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt opgeheven en verdachte wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: [nummer]
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien het verzoekschrift van [datum] strekkende tot opheffing schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling van verdachte, ingediend namens:
[naam verdachte]
geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande
thans verblijvende in het [detentieplaats]
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte (hierna te noemen: verzoeker), bijgestaan door zijn raadsvrouw.
Het hof heeft kennis genomen van het verzoek namens verzoeker ingediend strekkende tot opheffing van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Het hof heeft kennis genomen van de aan het verzoek ten grondslag liggende stukken.
Daaruit blijkt onder meer dat verzoeker bij vonnis van het [rechtbank] van [datum] is veroordeeld en in dat verband met ingang van [datum] voorwaardelijk in vrijheid is gesteld over een detentieperiode van 244 dagen (parketnummer: [nummer] ).
Op vordering van de officier van justitie is de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling van verdachte bij beschikking van de rechter-commissaris van de [rechtbank] d.d. [datum] bevolen, nu verzoeker zich gedurende de voorwaardelijke invrijheidstelling, te weten op [datum] , schuldig zou hebben gemaakt aan opzetheling, subsidiair diefstal.
Bij beschikking van de rechter-commissaris van de [rechtbank] van [datum] is in laatstgenoemde zaak de inbewaringstelling en bij beschikking van de raadkamer van de [rechtbank] van [datum] is de gevangenhouding bevolen. Door de [rechtbank] is op [datum] ambtshalve de voorlopige hechtenis opgeheven op grond van het bepaalde in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Sedertdien bevindt verzoeker zich in detentie op grond van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechtbank heeft verzoeker bij vonnis van [datum] veroordeeld voor opzetheling tot een gevangenisstraf voor de duur van 70 dagen met aftrek van de tijd door verdachte in voorarrest doorgebracht. Tevens heeft de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen, in dier voege dat verzoeker de straf die als gevolg van de toepassing van de regeling voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog dient te ondergaan voor de duur van 90 dagen.
Verzoeker verzoekt het hof thans de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling op te heffen. Uit het veroordelend vonnis van [datum] blijkt van ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake van het plegen van een strafbaar feit waarmee verdachte de algemene voorwaarde namelijk om geen strafbare feiten te plegen, zou hebben overtreden. Nu de advocaat-generaal zich niet heeft verzet tegen onmiddellijke opheffing van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling, zal het hof mede gelet op de omstandigheid dat tegen voornoemd vonnis hoger beroep is ingesteld, waardoor nog niet definitief vaststaat dat verdachte de algemene voorwaarden heeft overtreden, de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling met onmiddellijke ingang opheffen.
Het hof wijst het verzoek tot opheffing van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast de onmiddellijk invrijheidstelling van verdachte.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst toede vordering tot opheffing van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Heft op de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Aldus gedaan op [datum]
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, [datum]
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]