Uitspraak
[C.V.] C.V.,
5.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenarrest van 20 maart 2018 waarbij het hof heeft bepaald dat partijen de gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
- het pleidooi, waarbij de advocaten van beide partijen pleitnota’s hebben overgelegd.
6.De beoordeling
de investering te maximaliseren op € 8.648.000,-- (inclusief niet verhaalbare btw) voor de aankoop van het casco appartementsrecht, de grondkosten, de aanleg van de infrastructuur, de bijkomende kosten en de afbouw+ inrichting;
“op basis van “loft-model lichttoren” aangevuld met casco-tekeningen van het maatschappelijk deel, en voorzien van technische omschrijving”.
“nogmaals begrip [gevraagd] voor ons standpunt om reeds nu duidelijke afspraken te maken over de gegarandeerde casco-aankoop van het appartementsrecht van 4.200 m2 BVO voor sociaal-maatschappelijke functies door de gemeente. Het financiële risico dat we nu moeten nemen is gewoon veel te groot.”
Mede naar aanleiding van het bestuurlijk overleg van 15 maart j.l (…) heb ik een intern dokument opgesteld om de mening van burgemeester en wethouders over het plan [kerk] te peilen. Uw brief breng ik daarbij expliciet onder de aandacht. Zodra het college zich over de zaak heeft uitgesproken, treed ik met U verder in overleg. U kunt uiteraard altijd tussentijds met mij contact opnemen.”
Zoals bekend is tussen de Gemeente Eindhoven en [appellante] een koopovereenkomst tot stand gekomen (….).
Het financieel kader van de gemeente
“onverkort van kracht blijven.”Volgens [appellante] is op deze stelling niet meer gereageerd, waarmee vaststaat dat de gemeentelijke bijdrage van € 560.000,00 is afgesproken. Gezien het bovenstaande mocht [appellante] evenwel uit het stilzwijgen van de gemeente niet afleiden dat de gemeente instemde met de door [appellante] gestelde afspraak. Daar komt bij dat [appellante] in de brief van 27 oktober 2009 en in latere correspondentie (hierboven in 6.1.6., 6.1.8. en 6.1.10.) in geen enkel opzicht heeft geëxpliciteerd wat de inhoud was van de door haar in dit geding gestelde afspraak over de 560-vordering en niet is gesteld of gebleken is dat [appellante] navraag bij de gemeente heeft gedaan of de gemeente het standpunt van [appellante] over de 560-vordering deelde, terwijl dat, gezien hetgeen in het bovenstaande is overwogen, op haar weg had gelegen.