ECLI:NL:GHSHE:2018:5265
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bij pleegouders in België
Het geschil betreft de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2014, die sinds november 2017 bij pleegouders in België verblijft. De moeder is het eens met het verblijf, maar maakt bezwaar tegen de machtiging omdat deze nadelige gevolgen zou hebben voor de hulpverlening en inschrijving van het kind.
De gecertificeerde instelling (GI) heeft de machtiging aangevraagd omdat het verblijf van de minderjarige bij de pleegouders noodzakelijk is voor haar verzorging en opvoeding. De GI benadrukt dat de hulpverlening onverminderd doorgaat en dat de machtiging formeel vereist is bij ondertoezichtstelling.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat aan de wettelijke vereisten voor machtiging uithuisplaatsing is voldaan. De minderjarige is gediagnosticeerd met een hechtingsstoornis en heeft behoefte aan een stabiele en veilige woonomgeving die de moeder momenteel niet kan bieden.
De zorgen van de moeder over continuering van hulpverlening en bezoek aan het medisch kinderdagverblijf worden door het hof erkend, maar de GI heeft verzekerd dat deze hulpverlening ook na afloop van de machtiging wordt voortgezet. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders en wijst het beroep van de moeder af.