Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. L.L. Ross, kantoorgenoot van mr. Nederlof;
- mr. Koelman-Duijf, namens de moeder;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 8 juli 2016, overgelegd door de advocaat van de vader bij V-formulier van 3 augustus 2018, ingekomen op dezelfde datum;
- het V-formulier van de advocaat van de vader van 9 oktober 2018, ingekomen op dezelfde datum;
- het procesdossier eerste aanleg, overgelegd door de advocaat van de moeder bij V-formulier van 16 oktober 2018, ingekomen op 17 oktober 2018.
3.De beoordeling
- op 22 juli 2016, waarbij door de rechtbank tussen de vader en [minderjarige] een voorlopige begeleide omgangsregeling is opgelegd met het verzoek aan de raad om te onderzoeken en te adviseren of de toewijzing van het verzoek van de moeder wenselijk is in het belang van [minderjarige] ;
- op 20 januari 2017, waarbij de rechtbank heeft bepaald dat de omgangsregeling tussen [minderjarige] en de vader voorlopig, totdat daarover nader wordt beslist, zal plaatsvinden onder begeleiding van [instelling 1] of, [instelling 2] .