Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mevrouw [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder,
- [echtgenote] , echtgenote van [appellant] (in gemeenschap
3.De beoordeling
van de regeling biedt geen uitkomst voor het aflossen van de boedelachterstand. Bij een verlenging van twee jaar zal de schuldenaar ruim € 130,00 per maand extra aan de boedel moeten afdragen om de achterstand in te lopen. Niet gebleken is dat dit haalbaar is. Dat de schuldenaar gedurende de regeling wel een substantieel bedrag heeft weten te sparen doet hier niets aan af, nu schuldeisers aanspraak kunnen maken op betaling van hun volledige vordering.”