ECLI:NL:GHSHE:2018:5243
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Advocaat niet-ontvankelijk in verzet tegen griffierecht wegens te late indiening
Advocaat Rutten kwam in verzet tegen de beslissing van de griffier tot heffing van een griffierecht van € 5.270,00 in een hoger beroepzaak. Hij stelde dat ten onrechte het tarief voor zaken van bepaalde waarde was toegepast in plaats van het lagere tarief voor zaken van onbepaalde waarde.
De griffier betoogde dat het verzet te laat was ingesteld, omdat het griffierecht op 31 juli 2018 was betaald en het verzet binnen een maand na betaling moest worden ingediend. Het verzet van Rutten werd pas op 3 oktober 2018 ontvangen, waardoor het niet-ontvankelijk was.
Het hof bevestigde dat de datum van betaling leidend is en dat het verzet daarom te laat was. Daarnaast overwoog het hof dat, zelfs als het verzet tijdig was geweest, het griffierecht terecht was vastgesteld op basis van een vordering van bepaalde waarde van € 267.744,24, conform artikel 10 WGBZ Pro. De zaak betrof immers een vordering van bepaalde waarde, ondanks dat de zaak naar schadestaat was verwezen.
Daarom verklaarde het hof Rutten niet-ontvankelijk in zijn verzet en handhaafde het het griffierecht zoals vastgesteld.
Uitkomst: Rutten is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het griffierecht wegens te late indiening.