Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 2153757, rolnummer 13-5985)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 14 december 2016;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de akte zijdens [appellanten c.s.] met één productie;
- de antwoordakte zijdens [de vennootschap] .
3.De beoordeling
De huurder en de verhuurder hebben bij aanvang van de huurovereenkomst geen rapport van oplevering opgemaakt. Het gehuurde wordt geacht te zijn opgeleverd en aanvaard in de staat die de huurder van een goed onderhouden zaak mag verwachten.
Voor zover geen sprake is van een goed onderhouden zaak, zal dit niet als een gebrek ex artikel 7:204 BW Pro gelden.
(…)
dittekortschieten is ontstaan.
in beginselrechtsgeldig is. Bij de uitleg van de aard en strekking van een contractueel beding komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.