Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het Rectoraat van den H. Judocus of de Auxiliaire Kerk van den H. Judocus
2.[Bau + Wohn Design] Bau + Wohn Design GmbH,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 3980305 \ CV EXPL 15-3022)
2.Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep
- de exploten van dagvaarding in hoger beroep;
- de door [appellante] op 9 mei 2017 genomen memorie van grieven in principaal hoger beroep (kennelijk abusievelijk gedateerd 11 mei 2017) met drie producties en een vermindering van de eis in conventie;
- de door de parochie op 1 augustus 2017 genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep met vijf producties (genummerd 10 tot en met 14);
- de door [geïntimeerde] op 1 augustus 2017 genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, mede inhoudende een wijziging van de eis in de tussenkomst en een vermeerdering van de grondslag daarvan, met drie producties;
- de door de parochie op 12 september 2017 genomen memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep;
- de door [appellante] op 12 september 2017 genomen memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep (die ten onrechte de aanduiding ‘MEMORIE VAN GRIEVEN’ en ten onrechte de datum 11 mei 2017 draagt).
3.De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
- [appellante] en heer [levenspartner van appellante] (hierna [levenspartner van appellante] ) zijn levenspartners.
- Bij schriftelijke huurovereenkomst van 20 juni 2014 heeft de parochie als verhuurder aan [levenspartner van appellante] en [appellante] als huurders de woonruimte aan de [adres] te [plaats] verhuurd. Het betreft de voormalige pastorie (ambtswoning van de pastoor). Volgens artikel 3.1 is de huur aangegaan voor de duur van twee jaar, ingaande op 1 augustus 2014 en lopende tot en met 31 juli 2016. Volgens artikel 4.4 bedraagt de huurprijs € 675,-- per maand. Volgens artikel 10 moeten Pro [levenspartner van appellante] en [appellante] aan de parochie een waarborgsom voldoen van € 675,--.
- In de huurovereenkomst is onder ‘Bijzondere bepalingen’ onder meer het volgende opgenomen:
- Aanbrengen vloeren – niet verlijmd
- Renoveren stucwerk
- Schilderwerken
- Plaatsen & uitbreiden nieuwe keuken
- Plaatsen & uitbreiden nieuwe badkamer
- Plaatsen nieuw toilet
- Tegelwerkzaamheden t.b.v. toilet, badkamer & keuken
- Aan- en verleggen leidingen
- Aanleggen ventilatiekanaal t.b.v. badkamer
- Verwijderen boiler badkamer
- Aansluiten waterpunt op zolder
- Renoveren trappen
- Aansluiten haard(en) na controle & vegen rookkanaal
- Vervangen of bekleden van de radiatoren
- Plaatsen rolluiken, rekening houdend met aanzicht pand
- (Her)aanleggen van de tuin
- Aanleggen vijver
- Plaatsen schutting/afscheiding, rekening houdend met vrij zicht op de kerk
- Realiseren inbouwkasten t.b.v. wegwerken deuren naar kantoor/spreekkamer
- Bij het ter beschikking stellen van de woning aan [levenspartner van appellante] en [appellante] is door partijen een opleveringsformulier ondertekend. Daarin staat onder meer dat [levenspartner van appellante] en [appellante] en namens de parochie de heer [lid van het kerkbestuur van de parochie] (lid van het kerkbestuur van de parochie, hierna: [lid van het kerkbestuur van de parochie] ) het pand hebben geïnspecteerd voor de eindoplevering en dat alle sleutels worden overhandigd. Bij de ruimte op het formulier voor het plaatsen van opmerkingen zijn geen opmerkingen geplaatst.
- De waarborgsom is op 23 juni 2014 aan de parochie betaald namens [levenspartner van appellante] en [appellante] .
- [levenspartner van appellante] en [appellante] hebben geen huur aan de parochie betaald.
- [levenspartner van appellante] en [appellante] hebben werkzaamheden aan het pand verricht.
- Bij e-mail van 29 augustus 2014 hebben [levenspartner van appellante] en [appellante] aan [lid van het kerkbestuur van de parochie] onder meer het volgende meegedeeld:
- Op of omstreeks 20 november 2014 heeft [appellante] een opdrachtbevestiging van [geïntimeerde] d.d. 20 november 2014 voor akkoord ondertekend voor het leveren en monteren van nieuwe kunststof buitenkozijnen met toebehoren voor een totaalbedrag van € 40.844,61 inclusief btw.
- Eveneens op of omstreeks 20 november 2014 heeft [appellante] een opdrachtbevestiging van [geïntimeerde] d.d. 20 november 2014 ondertekend voor het leveren en plaatsen van een garagepoort voor € 1.925,00 inclusief btw.
- [geïntimeerde] heeft in verband met de door [appellante] geplaatste bestellingen inmetingen verricht in het gehuurde. [geïntimeerde] heeft voorts een leverbon overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat de door [appellante] bestelde kozijnen met toebehoren en garagepoort door de fabrikant op maat zijn gemaakt en aan [geïntimeerde] zijn geleverd. Tot levering en plaatsing van deze zaken door [geïntimeerde] in het gehuurde is het niet gekomen omdat [appellante] en de parochie een geschil kregen over de vraag wie van hen het aan [geïntimeerde] toekomende bedrag zou moeten voldoen.
- Op 24 november 2014 heeft de parochie € 8.929,99 overgemaakt aan [appellante] . Op 30 oktober 2014 heeft de parochie € 550,60 overgemaakt onder vermelding van
- Op 12 december 2014 heeft de parochie € 22.852,02 overgemaakt naar [beheer] Beheer, het bedrijf van [appellante] , onder vermelding van ‘
- In totaal is een bedrag van € 64.219,11 betaald aan [appellante] c.q. haar bedrijf.
- Op 29 december 2014 heeft [appellante] een mail gestuurd aan [lid van het kerkbestuur van de parochie] waarin de parochie in gebreke wordt gesteld ten aanzien van de ‘reeds bekende gebreken aan de huurwoning gelegen aan de [adres] te [plaats] met het verzoek deze spoedig te herstellen’.
- [appellante] heeft bij de inleidende dagvaarding een rapport van [deskundige aan de zijde van appellante] van KeuringsHuis van 14 januari 2015 overgelegd. In dit rapport wordt de conditie van verschillende onderdelen van de woning beschreven en worden bepaalde te maken herstelkosten begroot.
- Op 19 januari 2015 heeft de gemachtigde van [appellante] een brief aan de parochie gestuurd waarin de parochie aansprakelijk wordt gehouden voor ‘
- De parochie heeft bij de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, een rapport van Adviesbureau [adviesbureau] overgelegd. In dit rapport staart onder meer dat [levenspartner van appellante] en [appellante] de woning in de periode van augustus 2014 tot en met maart 2015 nagenoeg geheel hebben gestript. In het rapport is aan de door [levenspartner van appellante] en [appellante] in de woning uitgevoerde werkzaamheden een waarde toegekend van € 23.392,--. In het rapport is voorts becijferd dat de kosten om de woning weer bewoonbaar te maken € 119.467,-- bedragen.
- a. ontbinding van de huurovereenkomst per 1 augustus 2014, althans vermindering van de huurprijs vanaf 1 augustus 2014 tot nihil;
- b. veroordeling van de parochie tot terugbetaling van de borgsom van € 675,--;
- c. € 367.939,66 ter zake schadevergoeding zoals gespecificeerd in punt 24 van de dagvaarding (kort gezegd: ter zake verbouwing, inrichting, verhuis- en woonkosten en werkuren);
- d. € 16.027,-- ter zake schadevergoeding zoals gespecificeerd in punt 25 van de inleidende dagvaarding (kort gezegd: inzake beschadiging goederen door vocht, kou en stof);
- e. een nader vast te stellen bedrag in verband met mogelijke claims van stukadoor en tegelzetter als omschreven in punt 26 van de inleidende dagvaarding;
- f. € 5.202,70 ter zake buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand;
- g. € 394,72 ter zake beslagkosten;
- 1. € 119.467,-- ter zake de kosten van het herstellen van schade die door [appellante] aan de woning is toegebracht;
- 2. € 59.408,11 vanwege onverschuldigde betaling, te vermeerderen met wettelijke rente;
- 3. de achterstallige huur vanaf 1 augustus 2014 tot het einde van de huur “met rente en boete conform de geldende bepalingen van de huurovereenkomst”;
- I. voor het geval de vordering van [appellante] in conventie wordt toegewezen: veroordeling van de parochie tot betaling van € 42.769,72 vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van de parochie in de proceskosten;
- II. voor het geval de vordering van [appellante] in conventie wordt afgewezen: veroordeling van [appellante] tot betaling van € 42.769,72 vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van [appellante] in de proceskosten.
- [geïntimeerde] op haar incidentele vordering toegestaan om tussen te komen in het geding in conventie;
- de beslissing over de proceskosten van het incident aangehouden;
- in de hoofdzaak een comparitie van partijen gelast.
- [appellante] moet niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst althans vermindering van de huurprijs (vordering a in conventie) omdat die vordering een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft en medehuurder [levenspartner van appellante] geen partij is in dit geding (rov. 4.1 en 4.2).
- Omdat de huurovereenkomst niet geëindigd is, is terugbetaling van de waarborgsom niet aan de orde. Vordering b in conventie moet dus worden afgewezen (rov. 4.3).
- Vordering c in conventie is niet toewijsbaar (rov. 4.6 tot en met 4.16).
- Vordering d in conventie is onvoldoende onderbouwd en moet daarom worden afgewezen (rov. 4.17).
- Vordering e in conventie is onvoldoende onderbouwd en moet daarom worden afgewezen (rov. 4.20).
- [appellante] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst althans tot vermindering van de huurprijs;
- de overige vorderingen van [appellante] afgewezen;
- [appellante] in de proceskosten aan de zijde van de parochie veroordeeld.
- Vordering 1 in reconventie ter zake aan de woning toegebrachte schade is toewijsbaar tot een op de voet van artikel 6:97 BW Pro geschat bedrag van € 20.000,-- (rov. 5.2 tot en met 5.5).
- Vordering 2 in reconventie ter zake onverschuldigde betaling is niet toewijsbaar (rov. 5.6).
- Vordering 3 in reconventie ter zake de onbetaalde huurpenningen is toewijsbaar maar de daarover gevorderde boete en rente worden afgewezen (rov. 5.7 tot en met en 5.9).
- De parochie heeft geen belang meer bij haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst (vordering 4 in reconventie) omdat de overeengekomen huurperiode van twee jaar op 31 juli 2016 is geëindigd (rov. 5.10).
- [appellante] veroordeeld om aan de parochie € 20.000,-- te betalen;
- [appellante] veroordeeld om aan de parochie € 675,-- per maand te betalen over de periode van 1 augustus 2014 tot 1 augustus 2016;
- de proceskosten tussen de partijen gecompenseerd, aldus dat elke partij de eigen kosten moet dragen;
- het in reconventie meer of anders gevorderde afgewezen.
- Vordering I in de tussenkomst (veroordeling van de parochie tot betaling van € 42.769,72 met rente en kosten) is voorwaardelijk ingesteld voor het geval de vordering van [appellante] in conventie wordt toegewezen. Die voorwaarde is niet in vervulling gegaan zodat de vordering van [geïntimeerde] op de parochie verder niet besproken hoeft te worden (rov. 6.2).
- Vordering II in tussenkomst (veroordeling van [appellante] tot betaling van € 42.769,72 met rente en kosten) is toewijsbaar (rov. 6.4 en 6.5).
- [appellante] veroordeeld om aan [geïntimeerde] € 42.769,72 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 februari 2015;
- [appellante] in de proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde] veroordeeld, vermeerderd met wettelijke rente;
- [geïntimeerde] in de proceskosten aan de zijde van de parochie veroordeeld, waaronder begrepen de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente;
- het in de tussenkomst meer of anders gevorderde afgewezen.
- het in conventie alsnog veroordelen van de parochie om aan [appellante] € 367.939,66 te betalen (hof: vordering c in conventie), met veroordeling van de parochie in de proceskosten;
- het in reconventie alsnog afwijzen van de vorderingen van de parochie, met veroordeling van de parochie in de proceskosten;
- het in tussenkomst alsnog afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] , met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten;
- de parochie en [geïntimeerde] hoofdelijk te veroordelen om aan [appellante] al hetgeen terug te betalen dat [appellante] op grond van het bestreden vonnis aan haar heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente.
- haar niet-ontvankelijkverklaring in vordering a in conventie;
- de afwijzing van de vorderingen b, d en e in conventie;
- het afwijzen (althans het niet toewijzen) van de vorderingen f en g in conventie.
- het feit dat [appellante] de hoeveelheid/hoogte van de verwerkte materialen heeft betwist (zie rov. 5.2 van het vonnis; [appellante] stelt in punt 59 van de memorie van grieven ten onrechte dat de kantonrechter deze betwisting heeft miskend);
- dat [appellante] niet voor de totale renovatiekosten aansprakelijk kan worden gehouden (rov. 5.2);
- dat de woning bij aanvang van de huur gedateerd was (rov. 5.4);
- dat het feit dat [appellante] bepaalde sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, meebrengt dat de parochie die sloopwerkzaamheden niet meer zelf hoeft uit te voeren;
- dat rekening moet worden gehouden met een aftrek ‘nieuw voor oud’ (rov. 5.4).
€ 55.530,00 +
€ 64.225,11 -
- dat zij kosten heeft moeten maken omdat zij de werkzaamheden die volgens de bijlage bij de huurovereenkomst voor haar rekening kwamen niet heeft kunnen uitvoeren, nu de parochie niet zorgde voor een bewoonbare woning;
- dat zij wel reeds orders had geplaatst en aanbetalingen had gedaan voor bijvoorbeeld keuken, inbouwkasten, vloeren, en dat deze orders niet meer geannuleerd kunnen worden;
- dat zij hierdoor een schade van € 140.966,50 heeft geleden (schadepost B).
- dat zij als huurder niet bevoegd was de inrichting of gedaante van het gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen zonder schriftelijke toestemming van de parochie;
- dat dit alleen anders is als het gaat om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan gemaakt en verwijderd, maar dat daarvan in dit geval geen sprake is aangezien het om aanzienlijke veranderingen gaat zoals een nieuwe cv-installatie installeren, nieuwe buitenkozijnen, nieuwe binnenkozijnen, nieuwe radiatoren en nieuwe vloeren;
- dat, nu [appellante] niet in staat is de schriftelijke goedkeuring te overleggen, aangenomen moet worden dat die ontbreekt;
- dat [appellante] zich om die reden niet kan beroepen op een afspraak tot vergoeding van kosten voor de genoemde werkzaamheden.
- de houtwormbestrijding [ongediertebestrijding] Ongediertebestrijding in opdracht van [appellante] heeft plaatsgevonden;
- tussen partijen is overeengekomen dat de parochie de kosten daarvan, zijnde € 1.188,82, zou voldoen;
- de parochie die kosten niet heeft voldaan.