Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2018:5079

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
4 december 2018
Zaaknummer
200.176.677_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over aanvullend voorschot deskundigenonderzoek in arbeidsrechtelijke zaak over beroepsziekte

In deze arbeidsrechtelijke procedure bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch staat een beroepsziektezaak centraal, voortvloeiend uit een eerdere uitspraak van de kantonrechter. Het hof heeft eerder bepaald dat een deskundigenonderzoek door een orthopedisch chirurg, een arbeidsdeskundige en een verzekeringsarts zal plaatsvinden, waarbij een voorschot op de kosten werd vastgesteld en verdeeld.

Na betaling van het eerste voorschot door de werkgever, heeft de verzekeringsarts aangegeven dat voor de afronding van het onderzoek een aanvullend voorschot benodigd is. De werknemer heeft bezwaar gemaakt tegen de verhoging, stellende dat de arbeidsdeskundige onvoldoende inzicht heeft gegeven in de noodzaak van de extra uren.

Het hof oordeelt dat de bezwaren van de werknemer niet gegrond zijn. De onvoorziene extra werkzaamheden van de deskundige zijn niet voorzienbaar geweest bij aanvaarding van de opdracht. Daarom wordt het aanvullende voorschot toegewezen en gelijkelijk verdeeld tussen partijen. De betaling en voortzetting van het onderzoek worden nadere instructies gegeven. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof bepaalt dat een aanvullend voorschot voor het deskundigenonderzoek moet worden voldaan en gelijkelijk wordt verdeeld tussen partijen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.176.677/01
arrest van 4 december 2018
in de zaak van
[werknemer],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [werknemer] ,
advocaat: mr. E.H.J.M. Dohmen te Roermond,
tegen
[werkgever] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [werkgever] ,
advocaat: mr. R.C. Breuls te Geleen,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 4 oktober 2016 en
12 december 2017 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 2625403/ CV EXPL 13-13474 gewezen vonnis van 1 april 2015.

8.Het tussenarrest van 12 december 2017

8.1.
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door prof. dr. [orthopedisch chirurg] , orthopedisch chirurg, mw. [arbeidsdeskundige] , arbeidsdeskundige en mr. [verzekeringsarts] , verzekeringsarts.
8.2.
Verder is bepaald dat [werkgever] wordt belast met de helft van genoemd voorschot van
€ 21.078,20, derhalve € 10.539,10 en dat het voorschot van [werknemer] , nu aan deze partij een toevoeging is verleend, voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt.
De termijn van inzending van het eerste rapport is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht.
Iedere verdere beslissing is aangehouden.
9. Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling voor zover het de kosten van het deskundigenonderzoek betreft
9.1.
[werkgever] heeft op 27 december 2017 het voorschot van € 10.539,10 op de aangegeven wijze voldaan.
9.2.
Deskundige [verzekeringsarts] heeft bij brief van 7 november 2018 aan de griffier van het hof bericht dat zij voor de totale behandeling van het dossier (inclusief haar reactie op de rapportages van de orthopedisch chirurg en de verzekeringsarts) verwacht dat nog 10 uur benodigd zijn. Zij verzoekt om een aanvullend voorschot van € 2.389,75 inclusief btw.
9.3.
Op 12 november 2018 heeft de griffier van het hof de brief van de deskundige doorgezonden aan de advocaten van partijen en partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk 26 november 2018 te reageren.
9.4.
Mr. Dohmen heeft bij brief van 14 november 2018 namens [werknemer] gereageerd en maakt bezwaar tegen de voorgestelde verhoging.
Mr. Breuls heeft bij brief van 20 november 2018 namens [werkgever] gereageerd en refereert zich aan het oordeel van het hof.
9.5.
Volgens [werknemer] heeft de arbeidsdeskundige onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom de werkzaamheden niet zouden kunnen vallen binnen de eerder opgegeven raming en zijn de door haar gebezigde woorden ‘gezien de ontwikkelingen in deze zaak’ hiertoe niet toereikend en oncontroleerbaar. Het hof verwerpt dit bezwaar. Tussen partijen is onenigheid ontstaan over de wijze waarop de deskundige het onderzoek wilde uitvoeren. Hierover heeft een uitvoerige correspondentie plaatsgevonden tussen partijen en de deskundige. Dat was niet voorzienbaar bij het aanvaarden van de opdracht door de deskundige. Het hof zal dus bepalen dat een aanvulling op het voorschot dient te worden voldaan. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
9.6.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

10.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 2.389,75 inclusief btw;
bepaalt dat elk van partijen wordt belast met de helft van genoemd aanvullend voorschot, derhalve € 1.194,88;
bepaalt dat [werkgever] laatstgenoemd bedrag zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat het voorschot van [werknemer] , nu aan deze partij een toevoeging is verleend, voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt;
bepaalt dat deskundige [verzekeringsarts] het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien haar kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 26 februari 2019;
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige [verzekeringsarts] zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, M. van Ham en E.J. Wervelman en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 december 2018.
griffier rolraadsheer