Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5507463 \ CV EXPL 16-10809)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met twee producties (nummers 6 en 7);
- de memorie van antwoord;
- de akte van Rechtraad met vier producties (nummers 8 tot en met 11);
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
- Rechtraad exploiteert een advocatenkantoor onder de naam [Advocaten] Advocaten.
- [geïntimeerde] heeft in het verleden een eenmanszaak geëxploiteerd onder de naam “Frituur Eigen Haard”.
- [geïntimeerde] was in die periode zakelijk verzekerd voor rechtsbijstand bij DAS.
- Rechtraad heeft als productie 8 bij haar akte een versie uit 2011 van de algemene voorwaarden van DAS voor rechtsbijstandsverzekeringen overgelegd. In deze algemene voorwaarden staat onder meer het volgende:
- [geïntimeerde] werd in 2011 in het kader van zijn eenmanszaak als gedaagde door zijn verhuurder betrokken in een procedure waarin hij een advocaat diende te stellen om verweer te voeren. DAS heeft toen opdracht gegeven aan [advocaten] Advocaten te [vestigingsplaats 2] om namens [geïntimeerde] verweer te voeren in die procedure.
- In 2012 heeft [geïntimeerde] bij DAS gemeld niet verder te willen met [advocaten] Advocaten. DAS heeft toen opdracht gegeven aan Rechtraad om [geïntimeerde] verder bij te staan. Rechtraad heeft [geïntimeerde] vervolgens tot december 2013 rechtsbijstand verleend.
- Rechtraad heeft in verband met die rechtsbijstand facturen opgesteld en verzonden. DAS heeft een deel van de facturen voor [geïntimeerde] voldaan.
- Rechtraad heeft als productie 11 bij haar akte in hoger beroep een overzicht overgelegd van de facturen die zij ter zake de aan [geïntimeerde] verleende rechtsbijstand heeft verzonden. De oudste factuur dateert van 30 maart 2012 en de meest recente factuur van 3 januari 2014. Volgens dit overzicht is in totaal € 28.129,47 exclusief btw gefactureerd hetgeen, vermeerderd met het verschuldigde btw-bedrag van € 5.416,34, neerkomt op € 33.545,81 inclusief btw. Van het laatstgenoemde bedrag is volgens het overzicht € 7.618,44 onbetaald gebleven.
- Bij e-mail van 19 maart 2014 heeft Rechtraad aan [geïntimeerde] de facturen toegezonden.
- Bij e-mail van 20 maart 2014 heeft [geïntimeerde] aan dhr. [medewerker van accountants] van [accountants] Accountants de facturen doorgestuurd en daarbij het volgende meegedeeld:
- een hoofdsom van € 7.618,44, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 14 dagen na de dag van verzending van elke factuur, althans vanaf 21 september 2016, althans vanaf de datum van de dagvaarding;
- € 755,92 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 5.416,34 ter zake de btw over het in totaal gefactureerde bedrag;
- € 2.202,09 (naar het hof begrijpt: exclusief btw) ter zake het overigens door DAS onbetaald gelaten deel van het in totaal gefactureerde bedrag.
4.De uitspraak
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan Rechtraad € 5.416,34 te betalen, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 27 oktober 2016;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van Rechtraad op € 80,77 aan dagvaardingskosten en op € 471,-- aan griffierecht;