ECLI:NL:GHSHE:2018:473
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursaansprakelijkheid na faillissement huurder Kantoren en schending Beklamel-norm
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de bestuurder van Kantoren [kantoren] B.V. persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden voor achterstallige huurpenningen en contractuele boetes na het faillissement van zijn vennootschap.
De eigenaar van het gehuurde, appellant, vorderde betaling van deze bedragen op grond van bestuurdersaansprakelijkheid en onrechtmatige daad. Hij stelde dat de bestuurder wist of behoorde te weten dat Kantoren [kantoren] haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden, en dat er sprake was van selectieve wanbetaling en verhaalsfrustratie.
Het hof oordeelde dat onvoldoende onderbouwing bestond voor persoonlijke aansprakelijkheid. Het aangaan van de huurovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst was niet lichtvaardig en werd in de context van een beoogde samenwerking gesloten. De bestuurder had geen ernstig verwijt en had geen verplichting tot waarschuwing over het faillissement. Ook was onvoldoende aangetoond dat er sprake was van selectieve wanbetaling.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen af. De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende onderbouwing van bestuurdersaansprakelijkheid.