Uitspraak
6.Het verdere verloop van het geding
7.De verdere beoordeling
zonder meerdoor Gemeente Boxmeer aan [appellante] zouden worden vergoed. Ook voor het overige heeft [appellante] geen aanvullend bewijs bijgebracht.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond centraal of de projectontwikkelaar aanspraak kon maken op vergoeding van energiekosten die volgens haar afspraken met de gemeente zouden worden gedragen. De projectontwikkelaar stelde dat er in besprekingen met vertegenwoordigers van de gemeente toezeggingen waren gedaan over een maandelijkse vergoeding van circa €600 voor gas, water en elektriciteit.
Het hof heeft uitgebreid bewijs onderzocht, waaronder getuigenverklaringen van bestuurders van de projectontwikkelaar en voormalige wethouder en ambtenaar van de gemeente. Hoewel de bestuurders van de projectontwikkelaar stelden dat dergelijke afspraken waren gemaakt, ontbrak aanvullend bewijs dat deze verklaringen voldoende geloofwaardig maakte. De voormalige wethouder en ambtenaar ontkenden de toezeggingen en konden zich de besprekingen niet herinneren.
De projectontwikkelaar slaagde er niet in de primaire en subsidiaire bewijsopdrachten te bewijzen. Het hof concludeerde dat de vordering onvoldoende was onderbouwd en verwierp de grieven van de projectontwikkelaar. Het vonnis van de rechtbank van 9 december 2015 werd bekrachtigd, waarbij de projectontwikkelaar werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de projectontwikkelaar af en bekrachtigt het vonnis van 9 december 2015.