Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6569774 CV EXPL 18-130)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert International Card Services B.V. (ICS) betaling van een openstaand saldo en de afgifte van een creditcard van de geïntimeerde, die meerdere maanden achterstallig is in betaling. ICS baseert haar vordering op een kredietovereenkomst met een gespreide betaalfaciliteit en een opeisingsbeding in de algemene voorwaarden.
De geïntimeerde is in eerste aanleg en hoger beroep niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter wees de vordering af omdat de ingebrekestelling niet voldeed aan de wettelijke vereisten. ICS bracht later een andere ingebrekestelling in, maar het hof beoordeelde ambtshalve de geldigheid van het opeisingsbeding.
Het hof oordeelt dat het opeisingsbeding afwijkt van de dwingendrechtelijke bepalingen van de Wet op het consumentenkrediet (oud) en daardoor nietig is. Dit betekent dat ICS het uitstaande saldo niet rechtsgeldig vervroegd kan opeisen. De vordering faalt daarom en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd. ICS wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van ICS wordt afgewezen wegens nietigheid van het opeisingsbeding in de kredietovereenkomst.