ECLI:NL:GHSHE:2018:4091

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 oktober 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
200.242.672_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging einde schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens tekortkoming

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellanten recht hadden op verlening van de schone lei na beëindiging van hun schuldsaneringsregeling. De rechtbank Limburg had het einde van de regeling bekrachtigd zonder toekenning van de schone lei, omdat appellanten toerekenbaar tekort waren geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de regeling.

Appellanten stelden in hoger beroep dat hun schuldsaneringsregelingen alsnog beëindigd moesten worden met verlening van de schone lei. Tijdens de mondelinge behandeling verzochten zij om gelegenheid om aanvullende stukken in te brengen, waaruit zou blijken dat de bewindvoerder hen had opgedragen bepaalde schulden zelf te voldoen.

Het hof stelde een termijn in voor het aanleveren van deze stukken, maar kort daarna trokken appellanten hun hoger beroep in. Gevolg hiervan was dat het hof hen niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep en niet inhoudelijk op de zaak kon ingaan.

Uitkomst: Appellanten werden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het einde van hun schuldsaneringsregeling zonder schone lei.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
Uitspraak : 4 oktober 2018
Zaaknummer : 200.242.672/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/03/15/678 R - 15/679 R
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant]
en
[appellante] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna afzonderlijk te noemen: [appellant] respectievelijk [appellante] ,
advocaat: mr. B.H.A. Augustin te Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 10 juli 2018.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 juli 2018, hebben [appellant] en [appellante] ieder voor zich het hof verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, rechtdoende in hoger beroep, te bepalen dat hun schuldsaneringsregelingen alsnog worden beëindigd met verlening van de schone lei.
2.2.
De mondelinge behandeling in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 5 september 2018. Bij die gelegenheid zijn [appellant] en [appellante] , bijgestaan door mr. Augustin, gehoord. Bewindvoerder [bewindvoerder] is, zonder bericht van verhindering, niet ter zitting in hoger beroep verschenen. [appellant] en [appellante] hebben tijdens de mondelinge behandeling verzocht hen in de gelegenheid te stellen nog stukken in het geding te brengen waaruit zou blijken dat de bewindvoerder hen had opgedragen onder de schuldsanering vallende schulden toch zelf te voldoen. Het hof heeft in dat kader bepaald dat eerst uitspraak zou worden gedaan op 20 september 2018, teneinde de verzochte gelegenheid te bieden.
2.3.
Na voornoemde mondelinge behandeling in hoger beroep heeft mr. Augustin bij indieningsformulier van 19 september 2018 namens [appellant] en [appellante] laten weten dat [appellant] en [appellante] het verzoek in hoger beroep (alsnog) intrekken.

3.De beoordeling

Het hof begrijpt uit genoemd indieningsformulier dat [appellant] en [appellante] hun grieven tegen het vonnis waarvan beroep niet langer handhaven. Dit brengt mee dat zij niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in het door hun ingestelde hoger beroep omdat het hof als gevolg van de intrekking op processuele gronden niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.

4.De uitspraak

Het hof:
verklaart [appellant] en [appellante] niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.R.M. de Moor, A.P. Zweers-van Vollenhoven en M. Pannevis en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2018.