Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 10 april 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van 29 mei 2018;
- de memorie van grieven van 3 juli 2018;
- de memorie van antwoord van 31 juli 2018 met producties.
6.De beoordeling
- [geïntimeerde] is op 19 januari 2009 bij BL International in dienst getreden als Commercial Business Analist op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 19 januari 2010 heeft [geïntimeerde] voor dezelfde functie een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten met de BL International.
- De arbeidsovereenkomst die partijen op 19 januari 2010 hebben gesloten, bevat een non-concurrentiebeding met de volgende inhoud:
- In november 2012 en januari 2016 hebben zich enkele wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden voorgedaan. Deze wijzigingen zijn opgenomen in door partijen getekende addenda.
- In het addendum van november 2012 is vermeld:
- Mevr. [CFO] , CFO van BL Special Promotions (een zusteronderneming van BL International) heeft aan [geïntimeerde] een door haar op 2 januari 2017 ondertekende arbeidsovereenkomst toegezonden welke betrekking heeft op de indiensttreding van [geïntimeerde] bij BL Special Promotions per 1 januari 2017. [geïntimeerde] heeft deze arbeidsovereenkomst niet ondertekend. [geïntimeerde] is wel vanaf 1 januari 2017 werkzaamheden gaan verrichten voor BL Special Promotions.
- Op de salarisstroken die [geïntimeerde] vanaf 1 januari 2017 heeft ontvangen, staat BL Special Promotions vermeld als werkgever. Hetzelfde is het geval bij de salarisbijschrijvingen die [geïntimeerde] vanaf 1 januari 2017 op zijn bankrekening heeft ontvangen.
- Voor [geïntimeerde] zijn in visitekaartjes gedrukt waarop BL Special Promotions als werkgever vermeld staat. Die visitekaartjes zijn aan [geïntimeerde] ter beschikking gesteld.
- Bij e-mail van 16 augustus 2017 heeft een medewerkster van de HR-afdeling van de BL-groep althans van BL International aan [geïntimeerde] onder meer het volgende geschreven:
- BL Special Promotions heeft op 29 september 2017 aan [geïntimeerde] een werkgeversverklaring verstrekt waarop BL Special Promotions als zijn werkgever genoemd staat.
- Aan [geïntimeerde] is op 29 september 2017 een bevestiging verstrekt van een aan hem in 2017 toegekende bonus. In deze bevestiging staat onder meer het volgende:
- Bij brief van 18 december 2017, gericht aan BL Special Promotions, heeft [geïntimeerde] zijn dienstverband met inachtneming van een opzegtermijn van een maand opgezegd per 1 februari 2018. [geïntimeerde] heeft in de brief vermeld dat hij een andere baan heeft gevonden die hem betere perspectieven biedt. De door [geïntimeerde] genoemde andere baan betreft een baan bij [de vennootschap] (hierna: [de vennootschap] )
- Bij brief van 21 december 2017 heeft BL International aan [geïntimeerde] onder meer meegedeeld dat zij ervan uitgaat dat de opzegging geacht moet worden aan haar gericht te zijn en dat [geïntimeerde] zich aan het met BL International overeengekomen non-concurrentiebeding moet houden.
- A. [geïntimeerde] te verbieden om op enigerlei wijze te handelen in strijd met het concurrentiebeding als vermeld in artikel 9 van Pro de arbeidsovereenkomst met BL International, meer in het bijzonder door [geïntimeerde] te verbieden in dienst te treden van of werkzaam te zijn voor [de vennootschap] of enige daaraan gelieerde onderneming gedurende een periode van 1 jaar te rekenen vanaf 1 februari 2018, op straffe van een dwangsom;
- B. [geïntimeerde] te gebieden om nadat een dag na betekening van het te wijzen vonnis is verstreken, zijn dienstbetrekking met [de vennootschap] (of een aan haar gelieerde onderneming) te beëindigen, op straffe van een dwangsom;
- primair: schorsing van de werking van het non-concurrentiebeding;
- subsidiair: verkorting de looptijd van het non-concurrentiebeding tot uiterlijk 1 mei 2018, althans tot een door de rechter in goed justitie te bepalen datum;
- meer subsidiair, bij afwijzing van het onder primair gevorderde, veroordeling van BL International om voor iedere kalendermaand na 1 februari 2018 waarin zij [geïntimeerde] nog niet volledig heeft vrijgesteld van alle beperkingen voortvloeiend uit het non-concurrentiebeding, aan [geïntimeerde] een vergoeding te betalen van € 8.644,25 bruto;
- Het non-concurrentiebeding is in 2010 volgens de toen geldende wettelijke eisen tot stand gekomen en heeft zijn gelding behouden nadat de arbeidsovereenkomst in 2012 en 2016 op de in de addenda genoemde punten is gewijzigd (rov. 5.6).
- Als komt vast te staan dat tussen [geïntimeerde] en BL Special Promotions per 1 januari 2017 een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, is ook voldoende aannemelijk dat die arbeidsovereenkomst in de plaats is gekomen van de arbeidsovereenkomst tussen [geïntimeerde] en BL International (rov. 5.7).
- Voorshands is voldoende aannemelijk geworden dat er een mondelinge arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen tussen [geïntimeerde] en BL Special Promotions (rov. 5.8 tot en met 5.8.4).
- Het voorgaande brengt mee dat niet aannemelijk is dat BL International nu nog rechten kan ontlenen aan het non-concurrentiebeding dat is opgenomen in de arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010. De vorderingen in conventie zijn dus niet toewijsbaar (rov. 5.9).
- De voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld, is niet vervuld zodat die vordering niet besproken hoeft te worden (rov. 5.11).
- de vorderingen van BL International in conventie afgewezen;
- verstaan dat de voorwaarde waaronder de vorderingen in voorwaardelijke reconventie zijn ingevuld, niet is vervuld;
- BL International in de proceskosten van het geding in conventie en voorwaardelijke reconventie veroordeeld, en deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] begroot aan de hand van het zogeheten liquidatietarief.
- het alsnog toewijzen van haar vorderingen in conventie;
- veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van al hetgeen BL International op grond van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente.