ECLI:NL:GHSHE:2018:3985
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte in eerste aanleg
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk overtreden van de Wet op de Accijns met betrekking tot circa 1.984.400 sigaretten. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het deel dat gericht was tegen de vrijspraak van een ander feit, omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet openstaat voor de verdachte.
Tijdens het onderzoek in hoger beroep bleek dat de verdachte ten tijde van de behandeling in eerste aanleg gedetineerd was in het Verenigd Koninkrijk en niet op de hoogte was gebracht van de datum van de terechtzitting. Hierdoor was hij niet aanwezig bij de behandeling, wat een nietigheid van het onderzoek oplevert. De rechtbank had daarom niet aan een inhoudelijke behandeling mogen toekomen.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het aan zijn oordeel was onderworpen en wees de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe behandeling en afdoening, met inachtneming van het arrest. De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van het tweede feit.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe berechting vanwege schending van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.