Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/298378/HAZA 15-637)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, met producties IX en X;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant, werkzaam als bemiddelaar in bouw en projectontwikkeling, stelde dat tussen hem en geïntimeerde een overeenkomst van opdracht tot bemiddeling was gesloten, waarbij hij recht had op loon en vergoeding van gemaakte kosten. Hij voerde aan dat hij meerdere bouwlocaties had aangedragen en werkzaamheden had verricht, en dat geïntimeerde de overeenkomst beëindigd had zonder betaling.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af en veroordeelde hem in de proceskosten. In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel. Het hof stelde vast dat geen schriftelijke of stilzwijgende bemiddelingsovereenkomst was gesloten en dat de brief van 25 augustus 2009 slechts zag op een haalbaarheidsstudie, niet op een opdracht tot bemiddeling.
Verder bleek uit verklaringen van bestuurders van geïntimeerde dat alle activiteiten van appellant vrijblijvend waren en dat geen loon was overeengekomen. Appellant had ook nooit facturen gestuurd. Het hof concludeerde dat appellant geen aanspraak kon maken op loon of kostenvergoeding en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens ontbreken van een bemiddelingsovereenkomst.