Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven d.d. 25 juli 2017;
- de memorie van antwoord d.d. 5 september 2017.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een huurder en Stichting Woonbedrijf SWS over de beëindiging van een huurovereenkomst en de terbeschikkingstelling van de gehuurde woning. Na het aantreffen van een hennepkwekerij in het gehuurde stemde de huurder in met beëindiging per 31 oktober 2014. Diverse vonnissen van de kantonrechter oordeelden dat de huurovereenkomst was geëindigd, maar dat de huurder onvoldoende had bewezen dat zij de sleutels had ingeleverd en de woning ter beschikking had gesteld.
SWS vorderde onder meer ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van huurachterstand, schadevergoeding voor herstelkosten en vergoeding voor huurderving. De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van deze bedragen en stelde vast dat de woning pas op 4 december 2015 aan SWS ter beschikking was gesteld.
De huurder stelde in hoger beroep dat de woning eerder ter beschikking was gesteld en dat de schadevergoeding daarom onterecht was. Het hof oordeelde dat niet was gebleken dat de sleutels waren ingeleverd en dat de woning voor 4 december 2015 niet aan SWS ter beschikking was gesteld. De grief faalde en het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen, verklaarde de huurder niet-ontvankelijk voor een deel van het hoger beroep en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt de huurder tot betaling van huurachterstand, schadevergoeding en gebruiksvergoeding tot 4 december 2015.