Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[klaagster] ,
een arts en/of een of meer medewerkers van zorginstelling [naam zorginstelling] ,
De feitelijke gang van zaken.
De beoordeling.
- Mevr. [betrokkene] verbleef op grond van een rechterlijke machtiging in zorginstelling [naam zorginstelling] . Beslissingen (van enig belang) over mevr. [betrokkene] werden genomen in overleg met haar wettelijk vertegenwoordiger;
- Uit de stukken komt niet naar voren dat de behandeling en verpleging van mevr. [betrokkene] is uitgevoerd in strijd met de wensen van haar wettelijk vertegenwoordiger;
- Anders dan klaagster heeft gesteld en naar haar verklaring door een verpleegster is bevestigd, is op mevr. [betrokkene] geen palliatieve sedatie toegepast;
- Anders dan als opvatting van klaagster uit de stukken kan worden afgeleid, was mevr. [betrokkene] ernstig ziek in zoverre dat zij was gediagnostiseerd met matige tot ernstige dementie en ernstig hartfalen en bij opname in het zorgcentrum, naar de verklaring van forensisch arts [naam arts] , in feite terminaal was;
- Uit de stukken, nadrukkelijk ook de brieven van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het rapport van forensisch arts [naam arts] , komt niet naar voren dat beklaagden inadequaat of laakbaar medisch handelen hebben vertoond.