ECLI:NL:GHSHE:2018:3729
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen niet vervolging wegens smaad en belediging
Klaagster diende op 18 maart 2016 aangifte in tegen beklaagde wegens smaad en belediging. De officier van justitie besloot de zaak niet te vervolgen, met het argument dat ander dan strafrechtelijk ingrijpen de voorkeur heeft. Klaagster maakte hiertegen beklag bij het gerechtshof, dat het klaagschrift behandelde in raadkamerzittingen op 22 januari en 6 april 2018.
De feiten betreffen een incident op 17 februari 2016 waarbij beklaagde klaagster een charlatan noemde en haar beschuldigde van misleiding van de rechtspraak. Dit leidde tot een tuchtklacht bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, dat beklaagde berispte. Beklaagde trok zijn appel tegen deze maatregel in.
Het hof oordeelt dat klaagster ontvankelijk is in het beklag en dat er aanwijzingen zijn voor strafbaar handelen van beklaagde. Echter, het hof acht strafvervolging niet zinvol omdat de tuchtrechtelijke maatregel reeds een duidelijke sanctie vormt. Daarom wijst het hof het beklag af.
Uitkomst: Het beklag tegen het niet vervolgen van beklaagde wegens smaad en belediging wordt afgewezen.