Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- alsnog af te wijzen het inleidende verzoek van de vrouw aangaande de partneralimentatie;
- de verdeling van de gemeenschappelijke inboedel opnieuw vast te stellen aan de hand van de door de man als productie 13 bij het beroepschrift overgelegde inboedellijst;
- alsnog toe te wijzen het inleidend verzoek van de man om afgifte van de fotoalbums;
- het verzoek van de man toe te wijzen om te bepalen dat de vrouw gehouden is binnen veertien dagen na de in dezen te geven beschikking aan hem te verstrekken een rekeningafschrift waaruit het saldo op de rekening [bankrekeningnummer] op de door het hof vast te stellen peildatum blijkt, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,-- per dag of dagdeel dat de vrouw in gebreke blijft hieraan te voldoen;
- bij wijze van vermeerdering van verzoek te bepalen dat de vrouw gehouden is tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst ten aanzien van de auto, zoals weergegeven in rov. 2.97 van de bestreden beschikking, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,-- per dag of dagdeel dat de vrouw nalatig blijft aan haar verplichtingen uit de overeenkomst te voldoen.
- primair de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen, voor zover daarin is bepaald dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand aan de vrouw als bijdrage in haar levensonderhoud bij vooruitbetaling zal uitkeren een bedrag van € 3.110,-- per maand;
- subsidiair voorlopig en onmiddellijk, voor de duur van het geding en onder uitvoerbaarverklaring bij voorraad, de door de man volgens de bestreden beschikking te betalen bijdrage in de kosten van de vrouw te bepalen op nihil dan wel op een door het hof te bepalen bedrag lager dan € 3.110,-- per maand;
- de vrouw te veroordelen in de kosten van dit incident.
- de man, bijgestaan door mr. Van Campen;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Meuwissen.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 2 augustus 2016;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 21 november 2017;
- het faxbericht met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 22 november 2017;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 5 december 2017;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 8 december 2017.
3.De beoordeling
- bepaald dat de man € 3.110,-- per maand dient te betalen aan de vrouw als uitkering tot levensonderhoud, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden aangehouden;
- bepaald dat elke partij de tot dan toe gemaakte eigen kosten van de procedure draagt.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting,