ECLI:NL:GHSHE:2018:349
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling contractuele verplichtingen en schadevergoeding bij asbestverontreinigde mestsanering
Na een brand waarbij asbesthoudend materiaal in mestputten terechtkwam, voerde de aannemer saneringswerkzaamheden uit, inclusief het verwijderen van mest. De opdrachtgever vorderde betaling van btw en stelde tevens schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen in de uitvoering en het niet bemonsteren van mest. De kantonrechter wees de schadevordering af en kende de btw-vordering toe.
In hoger beroep stelde de opdrachtgever dat de aannemer contractueel verplicht was de mest te bemonsteren en dat zij schade had geleden door het niet naleven van deze verplichting. Het hof oordeelde dat de contractuele verplichting zich beperkte tot asbestsanering en dat bemonstering van mest niet tot de opdracht behoorde. De opdrachtgever had de bemonstering expliciet moeten opdragen.
Verder oordeelde het hof dat de opdrachtgever onvoldoende had onderbouwd dat zij schade zou lijden en dat het haar eigen verantwoordelijkheid was om de mestboekhouding op orde te houden, onder meer door contact op te nemen met relevante instanties. De vorderingen van de opdrachtgever werden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de schadevordering af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.