Uitspraak
11.Het verdere geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 4 oktober 2016 waarbij een deskundigenbericht is bevolen,
- het door ir. C.A. van der Steen uitgebrachte deskundigenbericht van 3 mei 2017,
- de beslissing van het hof van 29 mei 2017 waarbij de schadeloosstelling en het loon van de deskundige is vastgesteld op € 2.950,-- inclusief btw,
- de memorie na deskundigenbericht tevens overlegging producties van [appellant] met producties,
- de antwoordakte na deskundigenbericht van [de vennootschap] .
12.De verdere beoordeling
- voor zover de kantonrechter terecht oordeelde dat de offerte van 12 februari 2007 de door partijen gesloten overeenkomst behelst (rov. 3.7.4),
- voor zover het gezien de mededelingen in de mondeling doorgenomen offerte op de weg van [appellant] had gelegen om te informeren naar eventuele bijzondere veiligheidseisen maar partijen bij gebreke daarvan geen HR++ veiligheidsglas doch HR++ glas zijn overeengekomen, althans [de vennootschap] er op mocht vertrouwen dat ook HR++ glas voldeed aan de door [appellant] verlangde eisen (rov. 3.8.3), en
- omdat de door [appellant] ingeroepen schending van de waarschuwingsplicht voor risico’s en doorval (en/of letsel) in dit geding verder niet relevant is (rov. 3.10.1).
b) Kijkend naar andere eisen in het Bouwbesluit, bijvoorbeeld ten aanzien van isolatiewaarde, geldt dat HR++ glas een voor die tijd geschikt glas was.
nietongeschikt is geweest voor de uitvoering van het werk vanwege risico’s op breuk- en/of scheurvorming. De opmerkingen van [appellant] op het deskundigenbericht doet het hof niet twijfelen aan de deskundigheid van de deskundige of aan de door de deskundige gerapporteerde bevindingen en conclusies. Ook voor het geval de deskundige ten onrechte veronderstelde dat destijds (een) bomen(haag) bij de bewuste pui stond(en) maakt dat de door de deskundige gerapporteerde bevindingen en conclusies over de gevolgen van schaduwwerking en temperatuurwisselingen nog niet onjuist.