Uitspraak
- bepleit dat de verdachte van de ten laste gelegde voorbedachte raad zal worden vrijgesproken;
- zich ter zake van bewezenverklaring van “doodslag” gerefereerd aan het oordeel van het hof, maar bepleit dat de verdachte te dier zake zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat zij heeft gehandeld in een situatie van putatief noodweer dan wel putatief noodweerexces;
- voorts bepleit dat bij de strafoplegging rekening zal worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die uit de haar betreffende rapporten naar voren komen, hetgeen dient te leiden tot een lagere gevangenisstraf dan in eerste aanleg is opgelegd.
- meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen op die [slachtoffer] geschoten en/of
- heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) een in werking zijnd(e) stroomstootwapen/paralyser in de nek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] gehouden en aldus die [slachtoffer] meerdere althans één stroomst(o)t(en) toegediend en/of
- heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) het/een vuurwapen van die [slachtoffer] afgepakt, althans hem het/een vuurwapen afhandig gemaakt en/of
- heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) die [slachtoffer] naar de grond gewerkt en/of tegengehouden toen hij wilde vluchten,
het hof begrijpt dat bedoeld wordt: [slachtoffer]op dat moment begon te glimlachen naar [medeverdachte 5] . Afgaand op die verklaringen bestond er op dat moment geen enkele reden voor de verdachte om aan te nemen dat er sprake was van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding van haar echtgenoot door [slachtoffer] .
- uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 augustus 2017 waaruit blijkt dat zij niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is gekomen;
- voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, Adviesunit Limburg, d.d. 31 mei 2013, opgemaakt door [reclasseringswerker] , reclasseringswerker;
- briefrapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), locatie Maastricht, d.d. 2 augustus 2012, opgemaakt door dr. J. Zandbergen, psychiater;
- rapport, d.d. 7 september 2012, opgemaakt door J.L.M. Dinjens, psychiater;
- rapport van het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum, d.d. 16 april 2013, opgemaakt door J. Heerschop, psycholoog, en J. Marx, psychiater;
- rapport, d.d. 2 juli 2014, opgemaakt door dr. E.D.M. Masthoff, psychiater, onder meer inhoudende als conclusies van de deskundige -zakelijk weergegeven- dat de verdachte lijdt aan een gemengde persoonlijkheidsstoornis, aan afhankelijkheid van alcohol en waarschijnlijk tevens sedativa en aan zwakbegaafdheid, op grond waarvan zij licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht indien -kort gezegd- sprake is geweest van impulsief reactief handelen en niet van voorbedachte raad;
- rapport, d.d. 11 juli 2014, opgemaakt door mevr. drs. S. Labrijn, GZ-psycholoog, onder meer inhoudende als conclusies van de deskundige -zakelijk weergegeven- dat bij de verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met afhankelijke en vermijdende trekken en van zwakbegaafdheid, op grond waarvan zij licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht indien -kort gezegd- geen sprake is geweest van planmatig handelen.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.