Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/310170 HA ZA 16-464)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met productie.
3.De beoordeling
Artikel 1
- Interbank € 15.287,06
- RWE € 1.539,55
- Brabant Water € 379,61
- Energiedirect € 241,76
- Essent € 201,00
- [assurantiën] Assurantiën € 113,69
- Fortis € 48.800,63
vrouwheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man te veroordelen:
- de overeenkomst tussen partijen ter afwikkeling van de schulden (grief 1);
- de bewijslevering door de vrouw inzake de overeenkomst (grief 2);
- de grondslag van de vordering (grieven 3 en 4);
- de aflossing van de schuld aan Fortis (grieven 5 en 6)
vrouwstelt dat partijen zijn overeengekomen dat ieder van hen de helft van de gezamenlijke schulden zou voldoen. Aan deze overeenkomst heeft de man geen uitvoering gegeven. De vrouw heeft alle schulden voldaan. De vrouw heeft aan haar stelplicht voldaan. Zij verwijst hiervoor naar de door haar in eerste aanleg overgelegde producties. Ter comparitie heeft zij nog aanvullende feiten en omstandigheden gesteld. Voorts heeft zij een uitdrukkelijk bewijsaanbod gedaan. Dit bewijsaanbod had, nu de vrouw aan haar stelplicht heeft voldaan, de rechtbank niet mogen passeren. In hoger beroep heeft de vrouw nog stukken overgelegd waaruit blijkt dat de schuld aan Interbank een gezamenlijke schuld is (productie 12 en 13).
hofoverweegt als volgt.
vrouwbetoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij haar vordering alleen heeft gebaseerd op de door haar gestelde overeenkomst. Zij heeft haar vordering echter ook gebaseerd op het bepaalde in art. 3:166 BW Pro juncto art. 6:10 BW Pro juncto art. 6:12 BW Pro (punten 17 en 18 dagvaarding).
manstelt dat art. 3:166 BW Pro geen grondslag biedt voor de vordering van de vrouw. Van subrogatie ex art. 6:10 juncto Pro art. 6:12 BW Pro kan geen sprake zijn. Deze bepaling is enkel van toepassing bij schulden waartoe partijen hoofdelijk verbonden zijn. De man is (met uitzondering van de hypotheekschuld bij Fortis) voor geen enkele schuld die door de vrouw is voldaan hoofdelijk aansprakelijk.
hofoverweegt als volgt.
vrouwheeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat zij heeft nagelaten haar stelling dat zij de schuld aan Fortis voor meer dan de helft heeft afgelost feitelijk en concreet te onderbouwen. De vrouw voert hiertoe het volgende aan.
manstelt dat de vrouw alleen een brief van de deurwaarder en een verklaring van haar werkgever heeft overgelegd waarin is vermeld dat door loonbeslag, tegen finale kwijting, € 48.800,63 is voldaan. Hieruit volgt niet dat de vrouw meer dan de helft van de vordering heeft voldaan. De man heeft vermoedelijk ook afgelost; ten laste van hem is ook jarenlang loonbeslag gelegd. Vanwege een conflict met zijn toenmalige werkgever is voor hem onduidelijk welk bedrag hij heeft afgelost.
hofoverweegt als volgt.
na beëindiging van de samenwoning(en de samenlevingsovereenkomst dus niet meer van toepassing is) uitdrukkelijk of stilzwijgend afspraken hebben gemaakt over de draagplicht voor de schuld aan Fortis. De vrouw heeft slechts gesteld dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de schulden op basis van een overeenkomst, maar daarover heeft het hof reeds geoordeeld dat het bestaan van die overeenkomst niet kan worden vastgesteld en dus niet als grondslag voor de vordering van de vrouw kan dienen.