Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;
- dat de vader dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met € 419,- per maand, of met een bedrag (hoger) dat het hof juist acht, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de moeder, bijgestaan door mr. Poort-van der Meeren;
- de vader, bijgestaan door mr. Jurgers;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 20 februari 2017;
- de brief van de raad d.d. 12 juni 2017 met bijgevoegd het raadsrapport van 29 november 2016 en dat van 6 april 2016;
- de brief van de raad d.d. 20 juni 2017 met bijgevoegd het raadsrapport van 29 november 2016 en dat van 6 april 2016;
- het V-formulier met brief met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 19 maart 2018;
- het V-formulier met brief met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 21 maart 2018.
3.De beoordeling
- partijen verwezen naar Juzt voor een traject “Ouderschap Blijft”, gericht op het houden van intensieve oudergesprekken;
- de raad verzocht om een onderzoek in te stellen omtrent de vraag welke hoofdverblijfplaats van [minderjarige] het meest tegemoet komt aan haar belangen.
- bepaald dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vader zal zijn;
- afgewezen het verzoek van de moeder tot bepaling van het hoofdverblijf van [minderjarige] bij haar.