ECLI:NL:GHSHE:2018:303
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vader niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen verlenging ondertoezichtstelling minderjarige
In deze zaak heeft de vader hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg waarin de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kind werd verlengd tot 22 augustus 2018. De vader stemde in met de verlenging, maar was het niet eens met de motivering van de rechtbank, met name de beoordeling van de opvoedingssituatie en het gedrag van de ouders.
Tijdens de mondelinge behandeling was de vader, ondanks oproeping, niet aanwezig en ook de moeder was afwezig. Het hof heeft de schriftelijke standpunten van partijen in overweging genomen. De vader stelde dat hij geen belang had bij het hoger beroep omdat hij niet vroeg om wijziging van het dictum, maar slechts de motivering betwistte. Het hof oordeelde dat het belang van de vader onvoldoende was omdat de rechtbank reeds in zijn gewenste zin had beslist.
Het hof benadrukte dat in procedures over gezag de rechtbank een zelfstandig oordeel moet vormen, waardoor de overwegingen in de ondertoezichtstellingsprocedure niet doorslaggevend zijn. Daarom werd het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.