Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/283357 / HA ZA 14-438)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord met vijftien producties.
3.De beoordeling
- [geïntimeerde] is een architecten- en ingenieursbureau.
- [geïntimeerde] en [appellante] hebben op 25 augustus 2011 een schriftelijke overeenkomst gesloten met betrekking tot het door [geïntimeerde] in opdracht van [appellante] verrichten van, volgens de aanduiding op blz. 1 van de overeenkomst, “architecten- en ingenieurswerkzaamheden met betrekking tot de realisatie wederopbouw bedrijfsgebouw [papierhandel] papierhandel bv aan de [weg] te [plaats 1] ” (hierna: het project te [plaats 1] ). Volgens deze overeenkomst komt aan [geïntimeerde] voor de door haar te verrichten werkzaamheden een honorarium toe van 5,5% van de bouwsom (exclusief btw).
- [geïntimeerde] heeft op basis van deze overeenkomst werkzaamheden verricht voor [appellante] met betrekking tot het project te [plaats 1] .
- [geïntimeerde] en [appellante] hebben een mondelinge overeenkomst gesloten met betrekking tot door [geïntimeerde] in opdracht van [appellante] te verrichten werkzaamheden met betrekking tot de realisatie van een bedrijfsgebouw aan de [street] te [plaats 2] , Engeland (hierna: het project te Engeland).
- Op basis van die overeenkomst heeft [geïntimeerde] werkzaamheden verricht voor [appellante] met betrekking tot het project te Engeland.
- [geïntimeerde] heeft voor haar werkzaamheden ten behoeve van de projecten te [plaats 1] en te Engeland verschillende facturen verzonden aan [appellante] , welke door [appellante] gedeeltelijk zijn voldaan.
- Op 6 mei 2014 heeft [geïntimeerde] – na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter – conservatoir derdenbeslag doen leggen bij de [bank] bank ten laste van [appellante] .
- I. een hoofdsom van € 178.539,08 (het door [geïntimeerde] genoemde bedrag van € 181.765,25 berust op een kennelijke vergissing, omdat daarin ten onrechte die hierna afzonderlijk te noemen bedragen ter zake buitengerechtelijke kosten en beslagkosten zijn opgenomen), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf de dag van verschuldigdheid van het bedrag,
- II. € 2.534,95 ter zake de kosten van het deskundigenbericht, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dat bedrag;
- III. € 514,50 ter zake kopieerkosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dat bedrag;
- IV. € 836,13 ter zake beslagkosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dat bedrag;
- V. € 2.390,04 ter zake buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dat bedrag;
- schadevergoeding nader op te maken bij staat, vermeerderd met wettelijke rente;
- € 4.825,-- te vermeerderen met btw en wettelijke rente;
- De bouwsom voor het project in [plaats 1] bedroeg € 2.895.500,-- en het totale honorarium voor [geïntimeerde] voor dit project bedroeg 5,5% daarvan, dus € 159.252,50 (exclusief btw) (rov. 3.1 sub b).
- De partijen zijn als vergoeding voor de werkzaamheden die [geïntimeerde] voor het project in Engeland heeft verricht, een honorarium overeengekomen van 5,5% van de bouwsom, net zoals dit schriftelijk is overeengekomen voor het project in [plaats 1] . Dat resulteert voor het project in Engeland in een honorarium van € 68.750,-- (exclusief btw) bij voltooiing van de overeengekomen werkzaamheden (rov. 3.6).
- Om te kunnen bepalen op welk bedrag [geïntimeerde] voor het project in Engeland aanspraak kan maken, moet worden vastgesteld welk percentage van de overeengekomen werkzaamheden door [geïntimeerde] is uitgevoerd. De rechtbank is voornemens een architect als deskundige te benoemen teneinde te laten bepalen welk percentage van de overeengekomen werkzaamheden voor het project in Engeland door [geïntimeerde] is verricht. De partijen mogen zich over dit voornemen uitlaten (rov. 3.7).
- De door [geïntimeerde] nagezonden facturen van 3 september 2014 ad € 79.712,92 inclusief btw en van 4 september 2014 ad € 7.392,50 inclusief btw aangaande werkzaamheden vanaf de betonvloer (onder peil) komen niet (meer) voor vergoeding in aanmerking omdat [geïntimeerde] aan [appellante] heeft toegezegd deze werkzaamheden niet in rekening te zullen brengen en [appellante] daarop heeft mogen vertrouwen (rov. 3.8).
- Het verwijt van [appellante] dat [geïntimeerde] een ontwerpfout heeft gemaakt met betrekking tot het dak van de loods is ongegrond, aangezien [geïntimeerde] [appellante] voor het risico van condensvorming heeft gewaarschuwd en [appellante] de dakconstructie desondanks op de betreffende voordelige wijze wilde laten uitvoeren (rov. 3.10 sub a).
- Dat de door [appellante] gestelde problemen met het [systeem] -systeem aan een tekortkoming van [geïntimeerde] te wijten zijn, is niet komen vast te staan (rov. 3.10 sub b).
- De door [appellante] gestelde fouten bij het construeren en opbouwen van het dak betreffen uitvoeringswerkzaamheden, waarvoor [geïntimeerde] niet aansprakelijk is omdat zij geen hoofdaannemer is en [appellante] zelf met de betreffende derden overeenkomsten heeft gesloten. [appellante] heeft onvoldoende onderbouwd dat [geïntimeerde] met betrekking tot deze werkzaamheden tekortgeschoten is in haar controlerende en toezichthoudende taak (rov. 3.10 sub c).
- Uit de tussen partijen gesloten overeenkomst volgt niet dat [geïntimeerde] belast was met het selecteren en deugdelijk installeren van de brandmeldinstallatie. [geïntimeerde] is daarom niet aansprakelijk voor het door [appellante] gestelde disfunctioneren van de brandmeldinstallatie (rov. 3.10 sub d).
- De vordering van [appellante] ter zake de kosten van het door een derde laten maken van revisietekeningen is niet toewijsbaar. [geïntimeerde] mocht de nakoming van die prestatie opschorten omdat [appellante] de facturen van [geïntimeerde] onbetaald liet (rov. 3.10 sub e).
- Ook de vordering van [appellante] ter zake loonkosten in verband met het feit dat [geïntimeerde] na 12 december 2013 geen werkzaamheden meer heeft verricht, is niet toewijsbaar. Omdat [appellante] de facturen van [geïntimeerde] niet tijdig voldeed, is [appellante] in (schuldeisers)verzuim geraakt. [appellante] kon vanaf dat moment niet meer in verzuim raken omdat zij haar werkzaamheden mocht opschorten (rov. 3.10, laatste alinea).
- Op grond van het voorgaande zal bij het eindvonnis in conventie de vordering in reconventie worden afgewezen met veroordeling van [appellante] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het geding in reconventie (rov. 3.11).
- 1. Kunt u inventariseren welke overeengekomen werkzaamheden [geïntimeerde] ten behoeve van het project in Engeland had dienen te verrichten?
- 2. Kunt u aangegeven welk percentage van deze overeengekomen werkzaamheden daadwerkelijk door [geïntimeerde] is uitgevoerd, zulks aan de hand van de gebruikelijke tijdsbesteding voor dergelijke type werkzaamheden bij een vergelijkbaar project (zonder inventarisatie van de daadwerkelijk door [geïntimeerde] bestede uren)?
- 3. Kunt u bepalen of het percentage aan werkzaamheden dat door [geïntimeerde] in rekening is gebracht, in overeenstemming is met het percentage aan gebruikelijke tijdsbesteding voor dergelijke type werkzaamheden bij een vergelijkbaar project? Zo nee, kunt u aangeven in welke mate dit percentage afwijkt?
- 4. Welke opmerkingen zijn naar uw oordeel verder van belang ten behoeve van de door de rechtbank te nemen beslissingen?
- De bezwaren die [appellante] tegen het rapport van de deskundige heeft aangevoerd, treffen geen doel (rov. 2.6 en 2.7).
- De vordering van [geïntimeerde] ter zake onbetaald gelaten factuurbedragen is daarom toewijsbaar tot in totaal € 91.433,66, waarvan € 45.983,03 ter zake het project in [plaats 1] en € 45.450,63 ter zake het project in Engeland (rov. 2.8).
- Ter zake buitengerechtelijke kosten is het gevorderde bedrag van € 2.390,04 toewijsbaar (rov. 2.9).
- De door [geïntimeerde] gevorderde vergoeding van kopieerkosten is niet toewijsbaar (rov. 2.10).
- De vordering van [geïntimeerde] ter zake beslagkosten ten bedrage van € 816,13 is toewijsbaar (rov. 2.11).
- [appellante] dient de kosten van het deskundigenbericht ten bedrage van € 2.534,95, die uit het door [geïntimeerde] gestorte voorschot zijn voldaan, aan [geïntimeerde] te vergoeden (rov. 2.12).
- een hoofdsom van € 91.433,66 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de afzonderlijke factuurbedragen vanaf de vervaldata van de diverse facturen;
- € 2.390,04 ter zake buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;
- € 816,13 ter zake de beslagkosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis;
- € 2.5634,95 ter zake de deskundigenkosten.
- het alsnog geheel afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] in conventie;
- het alsnog toewijzen van de vorderingen van [appellante] in reconventie;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen [appellante] op grond van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente;