Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
binnen 10 dagen na de uitspraakdatum van dit arrestaan [appellant] kenbaar te maken welke informatie(bescheiden) hij nog van [appellant] wenst te ontvangen.
binnen 10 dagen na dagtekening van voornoemd informatieverzoek van de bewindvoerderde bewindvoerder de gevraagde informatie op de door de bewindvoerder verzochte wijze te doen toekomen.
uiterlijk 8 augustus 2018aan [appellant] schriftelijk kenbaar te maken wat de juiste hoogte van het maandelijks vrij te laten bedrag is over de afgelopen periode vanaf toelating, wat de juiste hoogte van de maandelijkse boedelbijdrage is over de afgelopen periode vanaf toelating en daaraan gekoppeld wat de actuele hoogte van de (eventuele) boedelachterstand thans is.
uiterlijk 23 augustus 2018een reëel en deugdelijk onderbouwd plan van aanpak met betrekking tot het inlopen van de alsdan vastgestelde (eventuele) boedelachterstand en nieuwe schuldenlast aan zijn bewindvoerder te overleggen.
uiterlijk 30 augustus 2018het hof te informeren middels overlegging van zijn berekeningen, inclusief toelichting, ten aanzien van met name doch niet uitsluitend de verdiscontering van de reiskostenvergoeding en de herbepaling van de maandelijkse partnerbijdrage van de partner van [appellant] , de actuele hoogte van het maandelijks vrij te laten bedrag, de maandelijkse boedelbijdrage en de (eventuele) boedelachterstand alsmede middels een afschrift van het door [appellant] ingediende plan van aanpak zoals in r.o. 3.8.8. van dit arrest omschreven vergezeld van een schriftelijke reactie van de bewindvoerder hierop. Tevens kan de bewindvoerder het hof informeren omtrent de naleving door [appellant] van zijn verplichtingen voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling vanaf de datum van de mondelinge behandeling bij dit hof. Een volledige kopie van deze informatie dient door de bewindvoerder gelijktijdig aan [appellant] te worden toegezonden.
uiterlijk 30 augustus 2018het hof schriftelijk en inclusief alle onderliggende bescheiden, te informeren met betrekking tot de door hem alsdan ondernomen en zo mogelijk reeds gerealiseerde stappen tot het inschakelen van hulp bij het nakomen van zijn kernverplichtingen, bijvoorbeeld in de vorm van een budgetbeheer of beschermingsbewind, indien zijn schuldsaneringsregeling zou worden verlengd. Ongetwijfeld ten overvloede wijst het hof er voorts op dat [appellant] gehouden is in ieder geval alle verplichtingen voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling vanaf de datum van de mondelinge behandeling thans onverkort na te komen en te blijven komen.