ECLI:NL:GHSHE:2018:2823
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf van vier jaar wegens verkrachting met bedreiging en binnendringen
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het hoger beroep van verdachte verworpen en het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd. Verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar wegens verkrachting van het slachtoffer, waarbij hij onder valse voorwendselen de woning van het slachtoffer binnendrong en haar bedreigde met de dood.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer en een getuige onbetrouwbaar waren en dat het DNA-materiaal onvoldoende bewijs leverde. Het hof vond echter dat de rechtbank deze bewijzen zorgvuldig had gewogen en dat de verweren onvoldoende waren om tot vrijspraak te komen.
Daarnaast voerde de verdediging aan dat de opgelegde straf te hoog was en niet in overeenstemming met de LOVS-oriëntatiepunten. Het hof oordeelde dat de ernst van het feit, het vooropgezette plan van verdachte, de bedreiging van het slachtoffer en het blijvende leed dat het slachtoffer ondervindt, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar rechtvaardigen.
De civiele vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd eveneens bevestigd, omdat deze niet inhoudelijk was betwist. Het hof wees ook de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe, conform het oordeel van het hof.
Het arrest werd op 9 juli 2018 uitgesproken door mr. A.J.M. van Gink, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. H.A.W. Vermeulen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van vier jaar wegens verkrachting met bedreiging en binnendringen.